Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
346
eenen voor dien groei geschikten bodem te regt komt; wij-
ders de invloed van vocht, van zekeren warmtegraad,
de medewerking van dampkringslucht en de (niet regtstreek-
sche) toetreding van licht. Daaruit volgt o. a. dat niet iedere
tijd van het jaar even gunstig voor de kieming is, daar toch voch-
tigheid, warmtegraad, toestand van den bodem, enz. in de onder-
scheidene tijden des jaars zeer verschillen kunnen. Voorts ook,
waarom men vaak slechts in zekere luchtstreken de kieming
van bepaalde planten gelukken ziet en die elders te vergeefs
verwacht In die streken alléén bestaan namelijk de voor den
groei van zoodanige kiemen gunstige voorwaarden, en is
men slechts dan in staat de kieming op andere plaatsen tot
stand te brengen, wanneer men aldaar kunstmatig (zoo als
b. v. in broeikassen) die voorwaarden tracht te vereenigen.
(Dit alles is niet slechts op de kieming, maar ook en voor-
namelijk op den verderen groei der planten toepasselijk.)
Omgekeerd bewijst de ruime verspreiding van sommige plan-
ten, zoo als b. v. van granen, op verschillende plaatsen der
aarde, dat het daar heerschende onderscheid van bodem,
klimaat, enz. o. a. niet aan de kieming en zeker ook niet
aan den verderen groei dezer gewassen in den weg staat.
Er zijn zaden, welke, na van hare moederplant te zijn ge-
scheiden, onmiddellijk in den voor hen passenden grond, enz.
moeten verplaatst worden, zal de kieming niet achterwege
blijven. Andere behouden, zonder dadelijk aan de voor de
kieming genoemde uitwendige invloeden te zijn blootgesteld,
het vermogen om te kiemen, veel langer, welke duur voor
de onderscheidene zaden van bepaalde planten verschillen
kan van dagen, tot maanden, jaren, eeuwen; ja zelfs, zoo
als men beschreven vindt, tot eenige duizend jaren.
Terwijl men enkele malen de kieming reeds kan waarne-
men, wanneer de zaden nog aan de moederplant zijn vastge-
hecht , zoo vangen echter de zigtbare verschijnselen van
kieming niet immer terstond aan na de verplaatsing der za-
den in den bodem. Bovendien ziet men gelijktijdig gezaaide
(d. i. in eenen voor de kieming geschikten grond overge-
bragte)f zaden niet allen gelijktijdig kiemen; voor de zaden
van bepaalde planten is ook in dit opzigt een bepaalde tijd
noodig, waarin zij, althans uiterlijk, in rust verkeeren moe-