Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
331
wegen zich de zaaddiertjes (spermatozoën (*)) der varens en mossen,
die er als mikrokopisch kleine kurkentrekkers uitzien, in spirale win-
dingen levendig om hunne lengte-as en voorwaarts.
Niet eens geeft ons de aard der stof, waaraan de beweging gebonden
is, d. i. waaraan zich deze vertoont, een wezenlijk verschil voor beide
rijken aan de hand. Indien ook de planten de spieren der hoogere
dieren, uit fijne buisjes gevormd en dikwijls met dwarse strepen voor-
zien, geheel missen, zoo bezitten zij daarentegen niet zelden die zamen-
trekbare zelfstandigheid, waarvan ook bij vele lagere dieren
geheel alleen elke beweging afhangt en welke bij dezen sarkode ge-
noemd wordt.
D(? kleine hydra op de ondervlakte van het eendekroos vangt met
hare 5 armen nog kleinere water-insekten en verteert ze in hare maag;
zij bestaat geheel en al uit genoemde zelfstandigheid, gelijk ook alle
afgietsel-diertjes. Doch reeds het voorkomen der vermelde trilhaartjes
in het plantenrijk en de levendige bewegingen der zaaddiertjes bewijzen,
dat ook hier, even als bij dezelfde vormsels in het dierenrijk, eene in
zich zelve zamentrekbare en uitzetbare zelfstandigheid in ruime mate
verspreid is.
Wij vinden haar terug bij de groene OscillatorlÜn in onze mod-
derpoelen, wier fijn dwarsgestreepte, lange draden zich trillend en tastend
heen-en-weêr bewegen, uitstrekken en terugtrekken. De Euglenen,
maaglooze kleine wezens met eene groene kleur, welke zuurstof uit-
scheiden, even als hooger ontwikkelde planten, met de vorige meestal
op dezelfde plaatsen voorkomende, zijn in hooge mate zamentrekbaar,
rekken zich uit cn krommen zich even als een worm of bloedzuiger;
en op dezelfde wijze gedragen zich de kiemcellen (zwermsporen [z. b.
bl. 215]) van verschillende wieren gedurende den korten tijd, waarin zij
vrij rondzwermen. De Spirulinen draaijen zich niet slechts in kortere
of wijdere spiralen, maar rekken zelfs niet zelden haar eigen ligcliaam
binnen- en buitenwaarts.
Ja zelfs vindt men bij zekere planten eene zamentrekbare zelfstandig-
heid zonder eigenlijke organisatie. Zoo b. v. bij dc vliegenzwam en
andere zwammen, waarbij het haar- of viltvormig bekleedsel van het
bovenste gedeelte van den steel met kleine klompjes van eene gelei-
achtige stof bedekt is. welke, onder inwerking van water, staafvormige
ligchaampjes uitdrijft, die zich eenige dagen lang, in levendige trilling
verkeerende, uitrekken en zamentrekken en onder het mikroskoop een
eigenaardig fraai schouwspel opleveren.
Evenmin als het spierstelsel, kan het voorhanden zijn of ontbreken van
zenuwen tot maatstaf strekken, om den dierlijken aard te bepalen.
Immers zij ontbreken bij de geheele ontelbare schare der lagere dier-
vormen, der infusoriën en bij vele polypen.
(•) Daarmede worden de door ons op bl. 222 en 229 besprokene „zwermdraden'*
bedoeld.