Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
327
plant; wat is een levend dier; wat is een levend mensch?"
Welk verschil is er tusschen eene levende plant, een levend
dier en een levend mensch ? Welk onderscheid is er tusschen
levende en niet-levende of doode planten, dieren, en men-
schen? Welk verschil is er tusschen de eene levende plant
en de andere, tusschen dit en dat levende dier, tusschen
dezen en genen levenden mensch?" enz. Soortgelijke vragen
zijn voor meer of minder volledige beantwoording vatbaar;
zij zijn althans zóó gesteld, dat, wanneer deze te kort schiet,
men niet behoeft te wanhopen aan de mogelijkheid, om eens
nader tot eene meer voldoende oplossing te geraken.
Intusschen is toch »het leven" eene uitdrukking, waarvan
ook de natuurkundigen zich vaak bedienen en waaraan zij
dus eenen bepaalden, hoewel niet allen denzelfden zin hech-
ten. De meest juiste beteekenis schijnt mij die te zijn, dat
men het woord nleven" (als werkwoord [= het Fransche vi-
vré\) als bij verkorting bezigt, om daardoor aan te duiden het
verkeeren van bepaalde voorwerpen — planten, dieren en
menschen — in eenen toestand, waarin daarbij eene zekere
reeks van verschijnselen waarneembaar is. Onder nhet leven"
(zelfstandig naamwoord [= het Fransche la vie\) zou ik de
som van al die verschijnselen willen verstaan. In stede van
dus van eenen mensch te zeggen, dat hij in eenen toestand
verkeert, waarin het blijkt, dat hij denkt, dat hij oordeelt,
dat hij zich beweegt, dat hij ademhaalt, dat hij ziet, enz.,
enz., kan men kortweg zeggen, dat hij leeft; — om tege-
lijk het denken, het oordeelen, het bewegen, het ademhalen,
het zien, enz. van den mensch in één woord aan te duiden,
kan men spreken van het leven van den mensch, enz. Hetzelfde
geldt van de bij dieren en planten waarneembare verschijn-
selen. En zoo er al onder die verschijnselen sommige of vele
mogen zijn, van gelijke oorzaken afhankelijk of zelfs zich op
gelijke wijze openbarende, dan lijdt het echter geen twijfel,
dat de som van al die verschijnselen bij de planten te zeer ii
verschilt van die bij de dieren en menschen, dan dat het cl
mogelijk ware eene bepaling van »het leven" in den opgege-
venen zin uit te denken, welke zoowel voor planten als voor
dieren en menschen tegelijk passen zou. De laatsten nu daar-
latende en ons alleen bij het leven der planten bepalende.