Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
324
De zaadlobben komen onder allerlei vormen voor en zijn
niet zelden geplooid of opgerold. Hunne zelfstandigheid is
evenzeer verschillend, van droog en vliezig tot dik en vleezig;
met name is dit laatste het geval bij de kiemvfitlooze zaden,
waarbij de zaadlobben met bestanddeelen zijn
gevuld, in hunnen scheikundigen aard met
die van het kiemwit vrij overeenkomstig
(verg. flg. 448). Het weefsel der zaadlobben,
vooral ten opzigte van het al of niet voor-
komen van spleetopeningen in hunne op-
perhuid, verschilt naarmate de zaadlobben
bij de kieming onder den grond blijven of
zich daarboven verheffen (z. b. bl. 162).
In de groep der naaktzadigen eindelijk
ontstaan bij de c-ycadéën aanvankelijk 2
zaadlobben, welke zich later bovenwaarts
vereenigen, terwijl in ééne groote afdceling
der coniféren (*) 4 tot 12 kransvormig ge-
plaatste zaadlobben voorkomen; ■— de plan-
ten van de overige afdeelingen derzelfde
groep zijn allen tweezaadlobbig.
455. A. Overlangs doorgesneden zaad van een spar (Pinus Abies). B. De reeds eenig-
zins ontwikkelde kiem daaruit, met hare naaldvormige zaadlobben.
(*) Zijnde de Abiétinéën, waartoe Pinus, Abies, Picea en Ldriz behooren.