Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
323
Liggiog der kiea
allen gevalle
naar den oor-
spronkelijken
top van de
kern van het
zaad.
Bij gebogene zaden volgt de kiem de bogt, hetgeen na-
tuurlijk op haren vorm invloed uitoefent.
Het grootste deel der eenzaadlobbige
kiemen wordt door den zaadlob ingeno-
men, welke het jeugdige stengelknopje
scheedevormig geheel omsluit, of met open-
lating van eene kleine spleet, waardoor
dit later bij het kiemen daaruit te voor-
schijn treedt.
Bij de tweezaadlobbige kiemen ligt het
as-gedeelte (stengel- en wortel-
knopje) meestal tusschen de beide
zaadlobben, welke bij het kiemen
gewoonlijk uiteenwijken. Somtijds
(O. a. bij de crucifëren) puilt het
worteltje buiten de zaadlobben uit.
In enkele gevallen zijn de zaad- TwEBzaadlobbijs kiem.
lobben vóór de kieming zeer naauw met elkander vereenigd (*).
463. Eeazaadlobbige kiem.
451. Schematische voorstelling van de ligging der kiem met betrekking tot het
vruchtbekleedsel: A. met het wortclknopje naar diens voet, B. naar diens top, C. naar
diens zijwanden gekeerd.
45-2. Schematische voorstelling van de ligging der kiem, met betrekking tot de uit*
wendige aanhechtingsplaats van het zaad, waartoe zy behoort. — Even als de zaad-
knoppen, worden ook de zaden, om de op bl. 293 gemelde redenen, regt, omge-
keerd, gekromd, enz. genoemd, en daar nu het wortel-gedeelte der kiem steeds
naar het poortje, d.i. naar den top van het zaad gerigt is, kan dit, zoo als in een regt
zaad — A — afgewend liggen van- of, zoo als in een omgekeerd zaad — B — juist
gekeerd zyn naar de uitwendige aanhechtingsplaats; in gekromde zaden — C —zyn
beide uiteinden van de evenzeer gekromde kiem naar dezelfde plaats gerigt, ter-
wijl eindelyk by geheel dwarse ligging der kiem — D — geen harer uiteinden daar-
henen gekeerd is.
453. A. Overlangs doorgesneden zaad der turksche tarwe {Zéa Mdyi); veel kiem-
wit bevattende — gelijk het zaad van alle andere granen, — met zijdelings geplaatste
kiem. B. De laatste, afzonderlijk voorgesteld.
454. Verschillende ontwikkelings-toestanden van de kiem van boekweit
Fagópyrum).
(*) Zoowel namelyk bij den tammen of eetbaren kastanje (Castanea tésca), als bij
den wilden of paarden-kastanje (Aetculut Bippocastanum),
19*