Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
320
Ue verandering der zaadknoppen in zaden gewoonlijk min of'
meer belangrijke wijzigingen ondergaan; te gelijker tijd is
in den regel de zaadhuid van lieverlede met daar doorheen
groeijende vaatbundels doortrokken.
Bij de zaadknoppen zonder omhulsels (z. b. bl. 292) vormt
zich later eene schijnbare zaadhuid uit de buitenste laag van
de naakte kern. Bij al de overige zaden grenst de echte
zaadhuid onmiddellijk aan de kern, hetgeen bij dwarse door-
snijding van nagenoeg ieder zaad reeds voor het bloote oog
terstond zigtbaar is. Uit de schets, in Hoofdst. XV geleverd,
kondet gij u een denkbeeld vormen van de belangrijke ver-
anderingen, welke in de kern der zaadknoppen voorvallen,
wanneer zij bevrucht worden,
d. i. wanneer een der daarin
voorhandene kiemblaasjes,
door zijne aanraking met de
stuifmeelbuis, het vermogen
tot cel-vermeerdering ver-
krijgt, met andere woorden,
in eene kiem verandert.
Tot die veranderingen be-
hoort O. a. de vorming van
kiem wit in den kiemzak (z. b. bl. 297), bestaande uit een
parenchym-weefsel, waarin zich van lieverlede verschillende
stoifen afzetten, met name zetmeel, proteïne-stoffen, gom, sui-
ker, vetten, enz. Van dit gehalte hangt in de eerste plaats
zijne meer of minder vaste zelfstandigheid af, doch anderzijds
ook de bruikbaarheid van vele zaden als voedingstoffen of
ten behoeve van industriële belangen. Zijne kleur is meestal
wit, doch kan soms ook grijs, bruin- of groenachtig zijn. —
Bij de coniféren vormt zich het kiemwit reeds laug vóór de
bevruchting (z. b. bl. 299).
Plet ontbreekt daar, waar de kiem bij haren groei de ge-
heele ruimte van den zaadknop ging innemen, d. i. Avaar zij
UI Kiemwil bevaLteade zaden.
447. Overlangsche doorsneden der zaden van A. eene pioen (Paeónia officinalis)',
B. de berberis (Berberis rulgdris); C. eenen aardappel (Soldnu7n tuberosum); D. eene
kattestaart (Amardntfnts); daaronder zijn de kiemen afzonderlijk en vergroot afge-
beeld. E. Dwars doorgesnedene vrucht van eenen sagopalm (Fdgus farintfera), met
vele sleuven door het kiemwit; gelieel zijdelings ligt liet kleine kiempje. — De omvang
van het eiwit staat gewoonlijk in omgekeerde rede tot de grootte van de kiem.