Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
318
B. Zaden.
Wij zijn alzoo met de beschrijving der plantendeelen tot
de laatsten genaderd, wier kennis voor een algemeen over-
zigt van den bouw der gewassen onmisbaar is, en zijn daar-
mede tevens aan het einde gekomen van dat gedeelte der
plantkunde, hetwelk men tegenwoordig de vormleer noemt.
Daarin wordt namelijk (gelijk dit van Hoofdst. VI tot hiertoe
geschied is,) aangewezen, hoe de uitwendige vormen, waar-
onder de plantendeelen zich vertoonen, afhangen van den
aard en de zamenvoeging hunner weefsel-bestanddeelen (in
Iloofdst. IV en V uiteengezet) en aan welke vaste regelen
(»wetten") de wijze van ontwikkeling dier vormen bij de on-
derscheidene plantendeelen gebonden is. (*)
Slechts bij enkele gekweekte planten (b. v. bij sommige
verscheidenheden van peren, bij bananen, enz.) rijpen de zaad-
knoppen niet tot zaden, maar gaan zij nagenoeg geheel ver-
loren. Dit verschijnsel, een gevolg der kweeking, vertoont
zich echter bij geene vruchten van nog in wilden, d. i. ha-
ren oorspronkelijken, natuurlijken staat verkeerende planten.
Wèl komt het geval meermalen voor, dat niet al de zaad-
knoppen, in het vruchtbeginsel bevat, in zaden veranderen
(z. b. bl. 311) (t). De zaadknop echter, die bestemd is tot een
zaad te rijpen, ondergaat verschillende veranderingen, zoowel
in zijne kern, als in zijne omhulsels.
Wat de laatsten betreft, zoo beantwoordt het aantal daar-
(*) Eene vrij algemeen gebruikelijke benaming voor die deelen is ook het woord
„organen", afgeleid van een Grieksch woord, hetgeen „werktuig" beteekent, omdat
men wortel, stengel, blad, bloem, vrucht, enz. elk op zich zelf, als een werktuig be-
schouwt, hetgeen tot instandhouding of voortplanting van het individu, waartoe het
behport, het zijne te verrigten heeft. Ik heb echter het gebruik daarvan vermeden,
omdat 10. velerlei deelen dezelfde verrigtingen met elkander gemeen hebben, de
verrigtingen, welke uitsluitend aan ieder bijzonder deel eigen zouden zijn, nog niet
genoeg bekend zijn, en 30. omdat bij vele planten, met name bij de spore-planten van
zeer eenvoudig maaksel, de onderscheiding van bijzondere deelen en verrigtingen niet
mogelijk is (z. b. bl. 188).
(+) Het getal der zaden in ééne vrucht kan zeer verschillend zijn. Graanvruchten,
eikels, hazelnoten, enz. bevatten in rijpen toestand slechts 1 zaad; — daarentegen,
om van geene andere voorbeelden te spreken, heeft men in éénen slaapbol of maan-
kop (eene Papäver-vrucht) ongeveer 8000, in ééne vanieljevrucht wel 25,000 zaden
geteld, ja zelfs in al de vruchten van ééne tabaksplant het getal der zaden op 360,000
berekend.