Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
309
gevallen telkens, wanneer gij eene nog jonge onrijpe vrucht
met dezelfde in rijpen staat vergeleekt. Dit zal wel het meest
met eetbare het geval zijn geweest, en herinner u dan slechts
hoe b. V. de betrekkelijke kleinte, de hardheid en onsma-
kelijkheid, ook zelfs de klenr, u van het nuttigen daarvan
weêrhielden. Zij had toen nog niet den gewonen omvang be-
reikt, was nog niet in de bepaalde weefsel-lagen duidelijk
gescheiden en bevatte nog niet die scheikundige zelfstandig-
heden (hiervan hangen namelijk smaak, kleur en geur af),
welke gij eerst bij verderen groei daarin verwachten kondt.
Daar nu in dit alles bij de onderscheidene planten veel
verschil heerscht, is o. a. daarin ook een grond te vinden
van de velerlei gedaanten en wijzen van zamenstelling der
vruchten.
Het aantal verschillende weefsel-lagen is niet bij alle vrucht-
beklecdsels hetzelfde; bij zeer vele daarvan kan men door
het mikroskoop 4 onderscheiden; bij andere vindt men er
minder, soms zelfs meer. De aard dier weefsels stemt vaak
overeen met dien, waaruit de vruchtbeginsels zijn zamen-
gesteld (z. b. bl. 290), dikwijls echter gewijzigd, met name
althans veel ruimer en uitgebreider. Vooral heerscht er
een belangrijk verschil in de zelfstandigheid dier onderschei-
dene lagen bij de eene en de andere vrucht. (*) Het is
dan ook niet te verwonderen, dat men bij de in 't werk ge-
stelde pogingen, om zich eenig overzigt van de velerlei vrucht-
vormen te verschaffen, o. a. dat verschil in zelfstandigheid
als beginsel van indeeling aannam en zoo b. v. de vruchten
onder.scheidde in a) drooge vruchten, zijnde voorzien van
vliezige, hout- of lederachtige vruchtbekleedsels, meestal na-
melijk uit parenchym-lagen zamengesteld, die van buiten naar
binnen steeds harder worden; b) vleezige vruchten,
waarbij omgekeerd de parenchym-lagen des vruchtbekleedsels
binnenwaarts steeds wceker en saprijker worden, waarbij
dikwerf zelfs de binnenste, het naast aan de zaden grenzende
of reeds daartoe behoorende cellen zeer los worden en vaak
(*) Wat in 't dagelijkfich spraakgebruik met de meer onbestemde namen van „schil",
„bolster", enz. wordt bestempeld, is nu eens het geheele vruchtbekleedsel, dan eens
de buitenste of opperhuidslaag van het vruchtbekleedsel, dau weder de binnenste har-
dere, — in allen gevalle niet altijd, uit een mikroskopisch oogpunt, eene gelijksoor-
tige laag.