Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
308
en verdient het opmerking, dcat men in vele gevallen, mee-
nende met een vruchtbekleedsel te doen te hebben, eigenlijk
eenen verder ontwikkelden bloembodem voor zich heeft.
Men is gewoon alle zoodanige vruchten, tot wier vorming
nog andere deelen dan het eigenlijke vruchtbeginsel en de
zaadknoppen bijdragen, onechte vruchten te noemen, wan-
neer namelijk die bijkomende deelen zich niet eenvoudig als
aanhangsels (b. v. vleugel-, kam-, kuif-, haar-, stekelvormige,
enz.) voordoen, maar schijnbaar als regtstreeks tot de vrucht
zelve behoorende optreden. Alle andere vruchten, tot wier
zamenstelling alléén het vruchtbeginsel, d. i. het onderste
gedeelte der stampers met de daarin bevatte zaadknoppen
bijdragen, worden als echte vruchten beschouwd.
Is het u dus gebleken, dat in de wijze van ontstaan der
vruchten veel verscheidenheid heerscht, zoo kan u dit tevens
eenige verklaring geven van de oorzaak, waardoor zoo veler-
lei vruchten van elkander verschillen. Daartoe dragen echter
nog andere omstandigheden bij, tot wier vermelding eene
afzonderlijke beschouwing van vruchtbekleedsels en zaden de
geschiktste gelegenheid biedt.
A. Vruchtbekleedsels.
Moge de vorming van het vruchtbekleedsel alléén van den
wand van het vruchtbeginsel afhankelijk zijn, of wel boven-
dien van andere bijkomende deelen, in allen gevalle berust
het ontstaan van het vruchtbekleedsel op de vergrooting van
deelen, welke vroeger tot een bepaald deel der bloem zelve
behoorden, of wel tot steun of omhulsel daarvan, met name
van stampers, strekten. Aan die vergrooting hecht zich eene
verandering in den toestand van het weefsel, zoodat vaak be-
staande cel-lagen verdwijnen en geheel nieuwe lagen optre-
den en daarmede gaat eindelijk eene wijziging in den inhoud
dier cellen gepaard. Zelfs van den vroegeren toestand des
stampers afziende, moet u dit alles reeds zeiven zijn in 't oog
ten, het geheel in eenige hokken verdeelende, waarin zich de vruchtjes bevinden.
D. Vrucht van de jalappe (l/i>a&i7is ./"a/npa); bestaande uit een verhard, droog en vliezig
geworden bloemomhulsel, hetwelk de daarbinnen gelegene vrucht omsluit. E. De-
zelfde, overlangs doorgesneden.