Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
306
VrucIit-aanliaDgsels, niet van bloemdeeleQ afkomstig.
alleen letten
B op den toe-
stand van
het vruchtbe-
kleedsel, waar-
c in de zaden
besloten zijn,
merken wij
op, dat som-
mige vruchten
uitwendig van
aanhangsels of
bijkomende deelen zijn voorzien, waarvan men al of niet
reeds den aanleg in de bloemen aantrof, hetzij, in 't eerste
geval, als uitbreidingen van het as-gedeelte, waarop het vrucht-
beginsel bevestigd was, hetzij als afkomstig van bij de bloem
behoorende schutblad-vormingen.
Doch ook de bloemdeelen zelve, b. v.
een harer omhulsels, de kelk of het bloem-
dek, kan in vele gevallen, in stede van na
de bevruchting te verwelken, nog aan de
vrucht bevestigd blijven en zelfs daarmede
uitgroeijen. In andere gevallen verdroogen
en verwelken de bloem-omhulsels tegelijk
met de meeldraden, waarbij dan ook de
stijlen weldra afvallen, hoewel ook deze
laatsten enkele malen na de bevruchting
kunnen overblijven en voortgroeijen. Ook
verkrijgt de bloemsteel bij zijne verande-
ring in vruchtsteel vaak een ander aanzien
üi Vmclit-iiitbreidiDg, m
een bloemdeel afkomstig.
Tormige uitbreiding aan den top. B, Vrucht van de gemeene iep (Ulmus campéstris),
met zijdelingsche vleugelvormige uitbreiding.
422. Vrucht (eikel) van den gewonen eik {Quércus pedunculdia); gedeeltelijk binnen
een bekervormig omhulsel besloten, hetgeen met de daarop bevestigde blaadjes ver-
hout is (vergel. fig. 309).
423. A. Vrucht van den tammen kastanje {Castdnea vésca)', 2, 3 of meer vruchten
zijn hier binnen een in 4 kleppen berstend omhulsel besloten, hetgeen, even als het
napvormige van den eikel, voor de tiitbreiding van een as-deel gehouden wordt.
B. Hetzelfde geldt van den oorsprong van het omhulsel rondom de 2 of 3 vruchten
(„boekenootjes") van den gewonen beuk (Fdgue sylrdtica). C. Eén dier vruchtjes op
z'ch zelf.
424. Vrucht vau den broodboom (Arlocdrpus incisa), zynde eene verzameling van