Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
298
VeraDderingea in den kienizak.
vrucht" te worden, d. i. om door aanra-
king met de stuifmeelbuis zoodanige ver-
andering in de kiemblaasjes te onder-
gaan.
dat hieruit eene kiem ontstaat.
Is namelijk de stuifmeelbuis door
het poortje tot op den top van de
kern des zaadknops voortgegroeid,
dan dringt hij of tusschen de zeer
los gewordene cellen van dien top
door, of behoeft dit niet eens, wan-
neer namelijk, gelijk dikwijls het ge-
val is, die cellen reeds verdwenen
zijn, en bereikt eindelijk dat deel van
den kiemzak, waar zich de kiemblaas-
jes bevinden. Hun dradig bekleedsel
(z. b. bl. 297) puilt nu gedeeltelijk met
zijnen kleverigen top uit den kiem-
zak uit en nu raakt de stuifmeel-
i- Aanraking m de staifmeel-
his met de kiemblaasjes.
405. A. De vorige, verder ontwikkeld; met den aanleg der tegenvoeters. B, De
plasma-bollen in den top zijn hier reeds in cellen veranderd.
406. A. Doorgesneden kern van den zaadknop derzelfde plant, in den oogenblik,
waarin de top der stuifmeelbuis zich aanlegt tegen den kiemzak, waarin eenige
plasma-bolletjes liggen. B. Vorming der twee eerste dochtercellen, na de bevruchting
van een kiemblaasje. C. De kiemzak, geheel uit de kern van dien zaadknop losge-
maakt, waarbinnen in, behalve kiemblaasjes en tegenvoeters, ook de aanleg van kiem-
wit zigtbaar is.
407. A—D. Veranderingen van het bevruchte kiemblaasje en scheiding der jonge
cellen in het bovenste gedeelte, den drager, en het onderste, de toekomstige
kiem.
408. Bevruchting bij Gladiolus ségetum. A. In den kiemzak — kz — liggen nabij