Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
293
haar optreden, een klein rondachtig celgroepje is en van
lieverlede tot een eirond of langwerpig ligchaampje uitgroeit.
De omhulsels omsluiten den top
der kern niet geheel, zoodat rondom
dezen eene kringvormige opening
blijft bestaan. De kern zelve is
echter ook aan haren top geheel
gesloten. De plaats, waar van on-
deren het omhulsel met de kern
zamenhangt, wordt als haar voet beschouwd, waarvan men
wèl te onderscheiden heeft die plaats, waar de zaadknop,
hetzij regtstreeks op den zaaddrager, of wel aan een takje
hiervan (den knopdrager, z. b. bl. 289) bevestigd is. Deze
beide plaatsen toch bevinden zich namelijk niet altijd juist
onder elkander; wanneer namelijk de geheele kern omgekeerd
is, staan zij bijna loodlijnig tegenover elkander; in dit geval
verlengt het gemel-
de takje van den
zaaddrager zich zoo,
dat het eene min
of meer uitpuilende
streep op den zaad-
knop vormt. Ein-
delijk kunnen die
plaatsen naast elkander gelegen zijn, indien er eene krom-
ming van de kern bestaat, In het laatste geval ligt dan de
top van den zaadknop naast beide aanhechtingsplaatsen; in
het tweede geval naast de buitenste en regt tegenover de
binnenste; in het eerste eindelijk loodlijnig tegenover beide.
308. A. Een zaadknop van den okkernoot {Jüglans régia), in bijna rypen toestand;
bier vormt zich slechts één omhulsel (zoo als bij meerdere katjesdragenden). B. Bijna
rype zaadknop van Polygonum cymósum (fig. 397) met de beide hiertoe behoorende
omhulsels. C. Dezelfde, in rijpen toestand, overlangs doorgesneden; de kringvormige
opening — poortje genaamd, door bet niet geheel sluiten der omhulsels boven den
top der kern, is hier duidelijk zigtbaar. — Zulke zaadknoppen, zonder eenige buiging,
noemt men regte.
399. A. Geheel omgekeerde, nog niet geheel rijpe zaadknop met zyne beide om-
hulsels van de paardebloem {Taraxacum officinale); B. Dezelfde, in rüpen toestand,
overlangb doorgesneden; dergelijke zaadknoppen komen het meest voor. C. Gekromde
zaadknop van eene spurrie-soort {Spérgula pentdndra), in nog niet geheel rijpen toe-
stand; D. Dezelfde, in rijpen staat, overlangs doorgesneden. — Behalve deze 3 voor-
naamste vormen van den zaadknop, komen er nog verscheidene andere wyzigingen voor