Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
291
voortzetting van het vrucht-
beginsel, op den top hiervan
geplaatst voor. Somtijds ech-
ter schijnt het, als of de voet
van den stijl zijdelings of zelfs
onder den voet des vrucht-
beginsels zijnen oorsprong
neemt. Gewoonlijk vallen de
stijlen na den bloeitijd af,
wanneer namelijk de vrucht-
Betrakkelijkö plaatsing m stijlen en
vraclitbeginsels.
beginsels met de daarin bevatte zaadknoppen in vruchten
veranderen. Somwijlen blijven zij ook wel in verdroogden
toestand hierop bevestigd of groeijen zij nog voort.
De stempel eindelijk, die meestal aan den top des stam-
pers voorkomt, al of niet op eenen stijl bevestigd, bezit
allerlei vormen. Het aantal stempels in ëéne bloem beant-
woordt niet altijd aan dat der daarin oorspronkelijk gevormde
vruchtbeginsels; dikwijls is hij meer of minder diep gesplitst.
men met het daarop liggende epithelium, weligs cellen evenzeer los, tepelvormig en
met zulk een kleverig vocht gevuld worden, geleidend weefsel genoemd, omdat
hierdoor de stuifmeelbuis gevoed en tot in de holte des vruchtbeginsels en in de
zaadknoppen geleid wordt. Somtijds verandert zelfs bet epithelium langs de zaaddra-
gers tot aan de zaadknoppen in zulk los weefsel en groeyen dil^werf aan bet inhech-
tingspunt der zaadknoppen de tepelvormige cellen van zoodanig epithelium tot lange
haren uit.
394. A. Schijnbaar zijdelings van het vruchtbeginsel staande styl van de leeuweh-
klaauw {AlchevitUa), B. Schijnbaar onder den voet van bet vruchtbeginsel ontsprin-
gende stijl van de aarbezie {Fragaria tésca) en vele andere Rosaceen. — Deze afwij-
kende plaatsing wordt verklaard, doordien in zulke gevaUen het vruchtbeginsel,
tydens zijne ontwikkeling, eene gedeeltelijke of geheele omkeering onderging, waar-
door de stijl mede van plaats veranderde, zoodat hy toch, streng genomen, eene
voortzetting van den top des vruchtbeginsels blijft. — Nog andere verklarings-gron-
den worden er aangevoerd, waarbij wij hier echter niet behoeven stil te staan.
395. A. Stamper uit de bloem van de vijfdeelige malve (Mdlva Alcéa), bestaande
uit zijdelings tot één geheel te zamen vereenigde 9 vruchtbeginsels, met 1 uit het
midden van die allen oprijzenden stijl, die eigenlijk uit 9 stijlen gevormd is, blijkens
de daarboven voorkomende 9 vrije stempels. B. Stamper van de bernagie {Borago
officinalis), met eén zich uitwendig aU vierdeelig voordoend vruchtbeginsel en éénen
stijl. Sommigen zien in soortgelijk vruchtbeginsel, dat, behalve bij de Boraginéën,
ook bij de Labiaten of Lipbloemigen enz. voorkomt, 4 met elkander vereenigde
vruchtbeginsels, met 4 schijnbaar aan den voet daarvan ontspringende tot één geheel
vereenigde stijlen; anderen houden het voor 2 vereenigde vruchtbeginsels, waarvan
elk weder in tweeën zou zijn ingedeeld; anderen eindelijk voor oorspronkelyk één,
hetwelk door soortgelyke tweemalige verdeeling in 4 onderdeden zou zijn gesplitst,
of hetwelk alleen aan de vier hoeken Is uitgegroeid, doch i66, dat de top en daar-
door de stijl in 't midden, dus op zijne gewone plaats, zou zijn staan gebleven.
C. Dezelfde stamper, overlangs doorgesneden.
19*