Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
290
voor eene bladvorming meenen te moeten houden; de laat-
sten betwijfelen het zelfs, of dan wel zulk eene plaats of
lijst als een bijzonder deel beschouwd mag worden.
Overigens bestaat het vruchtbeginsel uit parenchym, waar-
door hier en daar vaatbundels loopen, die zich in den regel
niet tot in den stempel uitstrekken. In dit parenchym komen
soms vlugtige olie bevattende gangen, melksap inhoudende bast-
cellen, kristallen, enz. voor. Zijn binnenwand bestaat uit
epithelium, de buitenwand echter uit eene opperhuid met vele
spleetopeningen en menigmaal met allerlei aanhangsels.
Op al de deelen der stampers behoort het voorkomen van
aanhangsels niet tot de zeldzaamheden. Zoo zijn zelfs de
haren, welke men somwijlen buiten op de stijlen
aantreft, van gewigt, omdat het stuifmeel daaraan
hangen blijft. Iedere stijl, die, waar zij voorhanden
is, met eene rolronde of ook wel met eene andere
gedaante optreedt, is inwendig van ,
een langwerpig kanaal voorzien,
392. Be- ^iji^^® ^^ voortzetting van de holte
haarde vruchtbeginsels. Vindt men
meer kanalen, dan duidt dit op
den oorsprong der stampers uit I
meerdere; hoewel omgekeerd meerdere ver-1
eenigde stijlen soms te zamen niet meer dan [
éën kanaal bezitten. De enkel- of meer-
voudige oorsprong wordt, zelfs bij het be-
staan van één kanaal, door binnenwaarts
rondom het kanaal uitspringende lijsten I
van zeer losse cellen aangewezen, wier |
aantal vaak in overeenstemming is met I
dat der tusschenschotten, enz. Tot hiertoe
stelden wij ons den stijl, als regtstreeksche
393' Geleidend weefsel-
392. Uit de bloem van een klokje {Campanula); om de bovengemelde reden worden
deze haren verzamei-haren genoemd; zij hebben in de groep derCampanulacéën
dat eigenaardige, dat zij zich, even als de vingers eener handschoen, in het opper-
huidsweefsel, waartoe zij behooren, kunnen intrekken en uitzetten.
393. Bovenste deel van den stijl en stamper van de groote leeuwenbek {Antirrhi-
num mdjus); van 3 op de tepelvormige cellen van den stempel gelegene stuifmeel-
korrels ziet men de binnenwanden als stuifmeelbuizen door het hier opengelegde kanaal
tusschen het losse parenchymweefsel heengroeyen. Dit parenchym van den stijl, het-
welk door een uit zijne celwanden dringend kleverig vocht zeer los wordt, heeft