Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
•281
plaats ten tijde, dat de bloemknop zich opent; in enkele ge-
vallen geschiedt dit nog in den knop, met name daar, waar in
den ontloken toestand der bloem de meeldraden een veel la-
ger standpunt innemen dan de top van den stamper.
De bijzonderheden van het stuifmeel kunnen, omdat het uit
zeer kleine celletjes bestaat, (wier doorsnede afwisselt van
Yio—^UoQ streep,) niet anders dan door het mikroskoop waar-
genomen worden (*). Het ontstaan dier celletjes vangt aan
met het ontstaan van cellen in ééne enkele cel, die in 't mid-
den van de celstrengen der helmknoppen gevormd is (z. b.
bl. 276). Terwijl deze cellen eerst 1 groote kern bevatten,
vindt men later 4 daarin, die de aanleg zijn van 4, soms
ook wel van 2 of 8 jongere celletjes (z. b, bl. 63). Deze zijn
het nu, welke door sommigen voor de bijzondere moedercellen
der stuifmeelcellen gehouden worden; in ieder dier moeder-
cellen zou namelijk, na verdwijning harer kern en vorming
eener nieuwe, éëne stuifmeelcel gevormd worden; anderen
zien in deze moedercellen slechts de oorspronkelijke celwan-
den der stuifmeelcellen. Daarna verdwijnen gewoonlijk de
wanden der oudere cellen, zoodat ten laatste de stuifmeel-
cellen geheel vrij in de helmknoppen liggen; somtijds vindt
men echter, als gevolg van den geschetsten oorsprong, nog
2, 4 of meer te zamen kleven; in enkele gevallen blijven zij
zelfs, doordien de wanden der moedercellen niet verdwijnen,
als éëne aaneenhangende stuifmeel-massa of klomp te zamen
vereenigd.
De stuifmeel-cellen of -korreltjes, gelijk men ze dikwijls
noemt, bezitten bij de onder water bloeijende planten slechts
by andere soorten van hetzelfde geslacht strekt zich de vereeniging niet verder dan
tot den voet der helmdraden uit; er komen ook Hypericinéën voor,met5 meeldraad-
bundels in bare bloemen; ook bij den oranje-appelboom(Cïtruj.^uran^tum),enz.vindt
men de helmdraden tot meerdere bundels vereenigd. £. Mannelijke bloem van den
wonderboom {Ricinus commünis); de meeldraad-bundel treedt hier met vertakten
vorm op, zoo als dit ook bij Melaleuca en andere Myrtacéën het geval is. F. De 5
meeldraden, met de tot één buisje aaneenklevende helmknoppen van eenen distel
(Cdrduus); zoo komen zij alleen in de bloemen van de groep der zamengestelden(Compdsi-
tae) voor. — Eene gelijktijdige vereeniging van helmdraden en helmknoppen is zeer zeld-
zaam; volgens sommigen heeft men het regt, die by Colocdsia, Gücumis, Lobelia, enz.
aan te nemen; anderen ontkennen echter, dat er zoodanige volledige zamenhang zou
bestaan.
(*) Door bevochtiging met water en nog beter (omdat de binnenwand spoedig door
water-opname berst,) met eenen droppel citroenolie kan men de stuifmeelkorrels zeer
doorscbynend maken; men bescbouwe ze echter vooraf in geheel droogen toestand.