Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
•276
ger 2 waren, en dus wordt de geheele helmknop slechts 2-
hokkig, na eerst 4-hokkig te zijn geweest. Gaat ook, gelijk
somtijds geschiedt, het door het helmbindsel gevormde tus-
schenschot tusschen de beide helften verloren, dan vindt men
ten laatste slechts eenen 1-hokkigen helmknop. Intusschen
zijn er toch planten bekend, wier helmknoppen reeds van
den aanvang 2- of 1-hokkig zijn.
De plaats van scheiding tusschen
de 2 hokken van elke helft des
helmknops kenmerkt zich dikwijls
door eene uitwendig zigtbare
sleuf.
In den beginne bestaat elke
helmknop uit jeugdig parenchym
(z. b. bl. 70). Van lieverlede ont-
staan daarin de aanduidingen
van de hokken en van het helm-
bindsel ; men ziet namelijk bij
doorsnijding 3 of 5 lichtere plek-
ken, uit celstrengen zamenge-
steld, in elke waarvan éëne mid-
delste cel met eene korrelige
massa gevuld en steeds grooter
wordt, terwijl de overige cellen
van denzelfden streng langzamer-
hand in vorm veranderen en ten
laatste verdwijnen. Weldra heeft
zich ieder dier middelste cel-
len in 4 andere gedeeld (z. b.
bl. 63^, waarin spoedig de moe-
dercellen van het stuifmeel waarneembaar worden. Gelijktij-
dig is ook het rondom die celstrengen gelegene parenchym
zoodanig veranderd, dat men ten slotte den rijpen helmknop
(behalve uit het helmbindsel, waardoorheen vaten loopen,)
gewoonlijk uit drieërlei celvormen vindt zamengesteld: eene
372. A. Dwars doorgesneden helmknop in zeer jeugdigen toestand uit eenen bloem-
knop van de komkommer (Cucürbita Pépo). B. Dezelfde, op verderen leeftijd, waarin
reeds de cellen zigtbaar zijn, in welke later door herhaalde verdeeling het stuifmeel
gevormd wordt. C. Dit laatste wordt nog duidelijker in eenen reeds verder gevor-
derden helmknop.
312. ÖQtwiJïkeliiigs-toestaQieQ van