Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
•274
ste geval daarnevens ook nog tweeslachtige bloemen kunnen
optreden, zal men somtijds bij eene en dezelfde plant ver-
schillende bloemvormen aantreffen. Aan de overige deelen van
planten met eenslachtige bloemen — behalve aan die, welke
zich verder uit de stampers ontwikkelen, — vindt men geen
onderscheid.
Laten wij nu het maaksel van beiderlei voortplantingsdee-
len eenigzins nader beschouwen.
310. Eelikooppen, helmilraileQ en
halmliDiisels.
A. Meeldraden.
Deze bevatten in rijpen toestand inwendig een aantal losse
celletjes, welke zich, bij vrijwording, als een poedervormig
stof voordoen, waaraan de naam
van stuifmeel gegeven is. Dat
gedeelte van den meeldraad, waar-
in het stuifmeel gevormd wordt,
heet helmknop. Meestal vindt
men het op een steeltje of dra-
ger , den zoogenaamden helm-
draad, bevestigd. Vindt men
eene voortzetting van den laatsten
in den helmknop, waardoor deze
in twee helften gescheiden wordt, dan noemt men het tus-
schen beide helften gelegen deel helmbindsel. "Waar een
helmdraad aanwezig is, bestaat hij in het midden uit eenen
dat daarin de 5 meeldraden zigtbaar worden en eene zeer korte aanduiding van den
stamper, die in sommige gevallen uitgroeit, zoodat de bloem dan tweeslachtig wordt.
Eene eigenaardige uitbreiding des helmbindsels en de zamenhang tusschen eenige
helmknoppen heeft ten gevolge, dat deze zich als heen en weder gebogen voordoen.
C. Vrouwelijke bloem derzelfde plant, zoo als zij gewoonlijk op het onderste gedeelte
der takken voorkomen. De zwelling van de kelk-buis hangt af van het daarbinnen
gelegene onderste gedeelte van den stamper. D. Het bovenste gedeelte van den
stamper, bestaande uit 1 dikken, korten stijl, uitloopende in één 6- tot 10-lobbigen
stempel.
370. A. Meeldraad van de muurbloem {Cheirdnthut CAan), met 2 zijdelingsche,
overlangsche spleten openspringende, waardoor het stuifmeel vrij wordt. Het helm-
bindsel loopt hier als voortzetting van den helmdraad van binnen tusschen beide
helmknop-helften door en Is dus uitwendig niet zigtbaar. B. Een meeldraad van de
gewone salie {Sdltia officindlis), waarvan het dwars op den helmdraad geplaatste
helmbindsel zoo sterk is uitgegroeid, dat de beide helften van den helmknop ver
van elkander zijn gescheiden; gewoonlijk bevat slechts 1 dier helften stuifmeel.
C. Meeldreiad met dwars doorgesneden helmknop eener lischbloem (Iris); D. van
eenen ranonkel (Ranünctdus)', het helmbindsel en de tusschenschotten der hokjes
worden op zulk eene dwarse doorsnede duidel^k zigtbaar.