Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
272
bloemen gemeenlijk volle bloemen genoemd; bepaalt zij
zich slechts tot eene enkele minder gewone verdubbeling van
het bloemdek of van de bloemkroon en tevens tot de afwe-
zigheid van éénen enkelen meeldraad-krans, dan heeten zij
dubbele bloemen. Zoowel bij volle als bij dubbele bloe-
men, tot wier ontstaan de kweekers allerlei kunstgrepen aan-
wenden, omdat zij voor de liefhebbers daardoor de waarde
van de meest gezochte sierplanten verhoogen, kan men niet
zelden overgangsvormen waarnemen tusschen bloembladen en
meeldraden, zoodat er deelen onder voorkomen, die gedeelte-
lijk bloemblad, gedeeltelijk meeldraad zijn. Daarlatende, dat
er gevallen zijn, waarin men soms eene vermeerdering
in eenen enkelen krans van het bloemomhulsel of van
de meeldraden opmerkt, zonder dat daardoor eene veran-
dering in de overige tot de bloem behoorende kransen ont-
staat, neemt men daar, waar dit wèl het geval is, dus
bij volle en dubbele bloemen, gewoonlijk aan, dat meel-
draden in bloembladen zijn »vervormd", waarvoor dan de
overgangsvormen tot nader bewjs moeten dienen. Eenvoudi-
ger is het en meer met de waarheid overeenkomstig, omdat
de wijze van ontwikkeling dit staaft, te stellen : dat er ter
plaatse waar anders meeldraden voorkomen, bloemdek- of
bloemkroonbladen kunnen ontstaan; en waar dit aldus voor-
komt, heeft dit dan ook alweder van den aanvang plaats.
Een bloemblad is evenmin een achterlijk gebleven meeldraad,
als een meeldraad een meer volkomen bloemblad is. Beiden
zijn bladen, in den ruimsten zin des woords (z. b. bl. 161);
de eene bladvorming is echter niet regtstreeks uit eene andere
voortgesproten; van den beginne af ontwikkelt zij zich zóó,
als wij haar in volwassen toestand aantreffen. Ditzelfde geldt
van de overgangsvormen; zeer spoedig openbaart zich bij
hunnen groei de aanleg tot die gedaante, welke ons tegelijk
aan die van tweederlei deelen herinnert. Overgangsvormen
tusschen bladvormsels zijn niet zeldzaam langs den stengel;
zij loopen echter des te sterker in 't oog, hoe digter zij in
elkanders nabijheid voorkomen en dit is met name bij de
bloemdeelen het geval, doordien de as, waarop zij bevestigd
zijn, bijna altijd uit onontwikkelde tussehenknoopen bestaat
(z. b. bl. 241).