Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
•267
in gedaante of kleur,enz.
in 't oog loopend ver-
schillen van de bloem-
omhulsels , de naam
van b ij k r O o n gege-
ven ; anderen hebben
voor ieder bijzonder ge-
val eene bijzondere be-
naming uitgedacht, ter-
wijl zij weder door an-
deren, te gelijk met de
boven (bl. 243) vermelde suiker uitscheidende deelen, als eene
bijzondere soort van bloemdeelen, onder den naam van ho-
nigbakjes, zijn zamengevat. Dit geeft echter tot verwar-
359. Uitpuiling.
fl. Ongawons spoorvorming.
359. Van de groote leeuwenbek (.4n<Atrr(n«mfntytti); de buis (z. b. bl. 268 noot fig. 351)
der bloemkroon vertoont zeer dikwijls eene bogtige uitpuiling aan hare onderzijde. —
Zulk eene bloemkroon, die namelijk lipvormig is, doch waarvan de keel (zie de aan-
gehaalde noot) door eene verhevenheid, uitgaande van de onderlip, gesloten is, heet
„gemaskerd."
360. A. Van de gemeene leeuwenbek (Lindria rulgdris) met 1 spoor aan de
bloemkroon; B. met 5 sporen aan de bloemkroon en verkorting van den zoom (z. b.
noot fig. 351); de vroeger slechts symmetrische bloen wordt hierdoor regelmatig (z. b.
de noot 347 bl. 282 en 346 bl. 261).
361. A. Bloem van den monnikskap (AconUum) B. dezelfde, met uiteengeplukte
bloemomhulsels. — Velen beschouwen de 5 buitenste bladen als eenen bloemkroonvor-
migen kelk, en de beide daarop volgende langwerpige, aan den top verbreede deelen
als eene aanduiding van de bloemkroon; anderen, die in den buitensten krans eene
bloemkroon zien, houden deze beide binnenwaarts staande deelen voor eene be-
kroon ; sommigen noemen ze „honigbakjes". Hetzelfde geldt van meer andere bloem-
omhulsels in de groep der ranunculacéën, omtrent wier bepaling niet alle plant-
kundigen dezelfde beschouwingswijze deelen.
862. Bloemdek van de gemeene narcis (Narcissus pseudo-Narcissus); het hierbij
behoorende meer binnenwaarts gelegene aanhangsel wordt soms kransje genoemd.
Ook andere bloemomhulsels van tot de groep der Amaryllideën behoorende planten
vertoonen soortgelijke uitbreidingen.