Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
266
356. OvBrjang van
kelk int
sleutelbloem (*), verkrijgen soms door kwee-
king het aanzien, als bestonden ze uit twee
boven elkander geplaatste bloemkroonen. De
oorzaak hiervan is in de omstandigheid gele-
gen, die ook bij enkele andere bloemomhulsels
kan voorkomen, dat de kelk hier de gedaante
en kleur van de bloemkroon bezit.
De verschillende deelen van het bloemom-
hulsel vertoonen soms eene min of meer in
*t oog loopende uitpuiling aan hunnen voet [zoo
noemt men het onderste uiteinde van een plan-
tendeel, in tegenstel-
ling van het vrije
uiteinde, »top" ge-
naamd] (t). Meerma- ■
len echter komt daar-
aan een langwerpig
aanhangsel voor,het-
geen regt, gekromd
of zelfs gedraaid kan
zijn en onder den
naam van »spoor"
bekend is. Wanneer
deze verlenging als
minder gewoon ver-
schijnsel optreedt, verandert daardoor de meer algemeen voor-
komende gedaante van zulke bloemomhulsels in eene geheel
eigenaardige.
Ook op andere plaatsen dan aan den voet der bloemomhul-
sels, b. V. aan hunne binnenzijde, kunnen minder gewone
uitbreidingen of aanhangsels voorkomen, hetgeen soms tot
het ontstaan van geheel eigenaardig gevormde deelen aanlei-
ding geeft. Somwijlen wordt daaraan dan ook, wanneer zij
(*) Daarom welligt zoo geheeten, omdat met haar in het voorjaar het rijk van
Flora ontsloten wordt. — Het Latijnsche Primtda téris beteekent „eerstelinge der
lente."
(+) Zoo b. dikwijls 2 der 4 kelkblaadjes in de groep der kruisdragenden (Cruci-
féren), enz,
356. Van eene gekweekte, teu onregte zoo genaamde „dubbele" Primula.
357. Gespoorde kelk van de Oost-Indische kers {Tropaéolum majus).
358. Gespoorde bloemkroon van de gemeene akelei (Aqxalégia vulgaris).