Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
•261
3(5. Geul der blopmdseleD-
eikander. Naar dat getal en dien stand
voegen zich zelfs zeer dikwijls de meel-
draden (die ook bladvormingen zijn).
Bij de eenzaadlobbigen vindt men vooral
in de bladkransen het getal 3 of zijne
veelvouden, bij de tweczaadlobbigen de
getallen 2, 4 en 5 of hunne veelvouden
vertegenwoordigd.
De krans- of spiraalvormige plaatsing der bloemomhulsels
op de as der bloem heeft noodzakelijk ten gevolge, dat de-
zen in ontwikkelden toestand eene regelmatige gedaante be-
zitten. Intusschen wordt die regelmatigheid niet
zelden gewijzigd
door ouderlingen
zamenhang of
door het achter-
blijven van een of
meerdere deelen
der omhulsels;
soms ook door ee-
nen meer ineen- UI Syiniaelriscli bloemoiiiliulsfiL
gedrongen stand, ofwel door ongelijkheid in
den groei van bijzondere deelen der omhulsels of van de as, enz.
345. Somwijlen vindt mtii afwijkingen in het getal der bloemdeelen, die zich of
tot éénen enkelen krans bepalen, of wel tot al de deelen der bloem uitstrekken.
£en tulp b. V. heeft nagenoeg altijd een zesbladig bloemdek, bestaande uit 8 bui-
tenste en 3 binnenste bladen, allen van dezelfde kleur en gedaante j daarop volgen
6 meeldraden, evenzeer in twee S-tallige kransen geplaatst en een 3kantigen stamper,
van boven met een Slobbigen stempel voorzien. Somwijlen echter komen er ook
tulpen voor niet 4 buitenste en 4 binnenste bloemdek-bladen, 8 meeldraden en 4-
kantigen stamper met een 4-lobbigen stempel, enz. Zoo gaat by tweczaadlobbigen
soms het meer gewone 5-tal in een 4-tal over; zoo zal men b. v. niet zelden onder
de bloempjes van dezelfde zamengestelde bijscherm eener gewone vlier (Sainbucus
vXgra) naast de talrijke 5-tallige bloemen (a) verschillende 4-tallige (6) aailtrefl'en.
Zoowel de 5-tallige kelkslipjes, als de 5-tallige bloemkroonlobjes en de 5 meeldraden
vindt men alsdan tot 4 verminderd. Het omgekeerde, —7 een overgang van 4 in 5,
wordt ook niet zelden gevonden, b. v. in de bloemen der seringen {Syringa tulgdrxs,
chinénsis en pér sica). — Bij de wijnruit (Ruta gravéolens) vindt men in alle bloemen
derzelfde bloeiwijze het 4-tal vertegenwoordigd, doch alleen in de middelste bloem
daarvan het 5-tal, —Nog vele voorbeelden van dergelijke wüzigingin het getal der bloem-
deelen, met name in dat der voortplantingswerktuigen, zult gij zelven aantreffen, wan-
neer gij de bloemen, die gij ontmoeten mogt, slechts naauwkeurig gadeslaat en vergelijkt.
346. Van de aardbezie (Fragdria vésca). — Regelmatig noemt men eenen vorm,
wanneer hü door elke er midden doorgaande snede steeds in twee gelijke helften kan
verdeeld worden.
347. Eene lipvormige bloemkroon eener doovenetel {Luiititm). A, Van ter zyde
346. Regelmatig bloem-
oinhalsel-