Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
255
ééne hoofdsoort, de bijscherm genaamd. De top van de
hoofd-as draagt hier de eerst ontlokene abloem; ter zijde
waarvan herhaald gaffelvormig getakte bloemstelen ontspringen.
De bundel is eene wijziging hiervan met korte bloem-
stelen en de schijn krans bestaat uit kransvormig geplaat-
ste bundels.
Behalve de hier vermelde, komen er nog meer bioeiwijzen
voor, welke gij, zoo gij ze wilt leeren kennen, in leei-boe-
ken, voor meergevorderden bestemd, kunt beschreven vinden.
Slechts van eenige bijzondere wijzen van plaatsing van bloe-
men zij nog hier kortelijk gewaagd:
Gewone loofbladen en schutbladen schijnen soms de dra-
gers van bioeiwijzen te zijn. Eensdeels kan dit daarvan af-
hankelijk zijn, dat door eene gelijktijdige vorming van
de hoofd-as eener bloeiwijze met een blad een zamenhang
van beiderlei deelen is veroorzaakt. Anderdeels kan dit het
gevolg daarvan zijn, dat het bloemdragend deel eigenlijk eene
as-vorming (tak) is, die de gedaante van een blad bezit. Zoo
komt somwijlen het geval voor, dat eene sterke uitgroei-
jing in de breedte eene anders rolronde as-vorming, b. v.
eenen stengel of tak en zoo ook o. a. eenen bloemsteel eene
platte gedaante doet aannemen, welke in 't laatste geval sóms
tot bloem-ophoopingen kan aanleiding geven van een zeer
vreemd voorkomen. Ook bestaat er vaak een zamenhang tus-
schen de bloemsteel en den stengel of tak, waarop zij zich
bevindt, waardoor de natuurlijke oorsprong van de bloemdra-
gende as uit den oksel van een blad minder herkenbaar
wordt (*). Zoo kunnen eindelijk ook op dezelfde plant de
assen van verschillende bloemgroepen met elkander vereenigd
uitgroeijen, waardoor de schijnbaar meest onregelmatige bioei-
wijzen ontstaan.
(*) Zoo iets is b. v. het geval bii sommige planten uit de groep der „solanéën*'.