Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
241
De elementen van dit plan bestaan
1°. uit eene as, welke tot drager der
bloemdeelen strekt, en 2". uit de op
deze as bevestigde deelen. De mogelijke
wijzigingen berusten op verschil in den
vorm, het getal, de plaatsing, de grootte,
den zamenhang, enz. ; van minder we-
zenlijke beteekenis is het onderscheid in kleur, geur, zelf-
standigheid, enz.
Wat nu de as betreft, zoo wordt hare beteekenis vrij
goed door den daaraan toegekenden naam van bloembo-
dem aangewezen; zij toch strekt — hoe groot of klein ze
ook moge zijn — tot bevestigingspunt der bloemomhulsels,
meeldraden en stampers. Om zich daarvan een juist begrip
te vormen, overwege men, dat de bloemknoppen (z. b.
bl. 193) altijd aan den top van hoofd- of zij-assen voorko-
men, wier tusschenknoopen al of niet uitgroeijen. In het
laatste geval zal dan ook de bloemsteel, zijnde dat deel
der as, waarop de bloemknop, en dus, bij diens latere ont-
plooijing, de bloem regtstreeks bevestigd is (z. b. bl. 140),
niet altijd zigtbaar ontwikkeld zijn; de bloemknop, en later
de bloem, verkrijgt dan daardoor den schijn, als ware die
ongesteeld. In allen gevalle — moge de bloemsteel meer of
minder duidelijk optreden, — moet er echter een as-gedeelte,
zij het nog zoo kort, i n den bloemknop en later i n de bloem
bestaan, als drager der tot de bloem behoorende deelen. Dit
is het, wat gij na het afplukken van al die deelen over-
houdt; in den regel is het slechts een uiterst kort stukje
van den top eener as, hetwelk uit zeer verkorte, ineenge-
drongene tusschenknoopen bestaat en waaruit de bloemdeelen
evenzoo zijn voortgesproten, als gewone bladeren en nieuwe
of verlengsels van reeds bestaande assen uit de as van blad-
knoppen ontstaan. Men rekent dan ook de omhulsels der
bloemen en de meeldraden tot de bladvormingen, terwijl de
stampers of ook daartoe, of tot de as -vormingen, of tot beiden
300. Schematische voorsteUing van den bouw eener bloem; a. de as, waarop de
overige deelen (fc: kelkbladen, 6: bloemkroonbladen, m; meeldraden en 8 : stampers)
bevestigd zyn. Stel u die as zeer verkort en ineengetrokken voor, dan komen ook de
door haar gedragene deelen digt bijeen, rondom elkander, als zoo vele kransen
te staan.
16