Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
XII.
HOE DE BLOEMEN ZIJN ZAMENGESTELD EN
GEPLAATST.
Wanneer men over bloemen spreekt, dan dient men
daaronder, in den strengsten zin des woords, die deelen tc
verstaan, waarvan de vermenigvuldiging der zaadplanten af-
hankelijk is, — wèl niet uitsluitend: men denke slechts
aan hetgeen van knoppen (met name van bollen cn daar-
mede verwante vormsels), van afleggers, enz. gezegd is.
Er is echter geene zaadplant, die niet bloemen kan voortbren-
gen en alleen door minder algemeen voorkomende toestanden
in haren bouw kan eene vermeerdcrinj? door hare bemidde-
4. Esq bloem, v3q hare
omhulsels ontdaan
295. De vorige, mi hare
omhulsels.
De vorige, ia plat-
ten groQi.
204. Meeldraden (4 lange en 2 korte) met den door hen omringden stamper van
do muurbloem of violier {Ckcirdnthus Cheiri).
295. Om de vorige deelen (de eigenlijke bloem vormende) in hun geheel te zien,
moeten eerst do daaromh^n geplaatste gekleurde omhulsels worden afgeplukt (welke
de oningewijde gemeenlijk voor de bloemen houdt).
293. Znlk eene schematische voorstelling is zeer geschikt, om den bouw der bloem