Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
•236
tot dc later behandelde groepen behooren, bezitten wel een
meer zamengesteld weefsel, doch hun uitwendig voorkomen
nadert steeds meer aan dat van zaadplanten, en diezelfde
verwantschap openbaart zich ook langzamerhand in de wijze,
waarop in hunne vermeerdering voorzien is. Het is van veel
belang, die opklimming en toenadering in 't oog te houden,
omdat nog altijd de uitspraak van linnaeus geldig is geble-
ven : »dat een natuurlijk stelsel het einddoel der plantkundige
studiën moet zijn." Daaronder dient namelijk verstaan te
worden, dat de beoefenaars der plantkunde zich zoodanig in-
zigt behooren te verschaffen in alles wat aan de planten
eigen is, dat zij al de werkelijk in de natuur bestaande ken-
merken trachten te ontdekken, waardoor de eene plant met
de andere verwant is. Daarvoor mag nu niet alleen op het
uitwendig aanzien der planten gelet worden, maar dienen
alle levensverschijnselen, als zoo vele verbindende schakels,
in rekening te worden gebragt, en als een der meest beteeke-
nende daaronder moet de wijze, waarop uit oudere planten
jongere kunnen ontstaan, geteld worden. De geschiedenis der
ontwikkeling van iedere plant strekt tot gids bij het onder-
zoek naar de ontwikkeling van het geheele plantenrijk, welks
wording door eene scheppende Magt reeds lang was tot
stand gebragt, vóór dat de aardkorst tot haren tegenwoordi-
gen staat was vervormd. In die tijden, toen de mensch nog
niet geboren was, waren het vooral ook sporendragende ge-
wassen, welke het plantenrijk vertegenwoordigden. Van velen
daaronder worden in onze dagen slechts betrekkelijk weinige
overgeblevenen levend aangetroffen, en een dieper indringen
in de kennis der laatsten is daarom des te meer aan te be-
velen, omdat ons daardoor de weg wordt geopend, om ook
datgene te leeren begrijpen, wat reeds zoo ver achter ons ligt.