Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
XXII
Blz.
XII.
Hoe de bloemen zijn zamengesteld en geplaatst. 237
Voortplantingsdeelcn. — Algemeene bouw. — Bloembodem. —
Suiker-uitscheiding. — Schutbladen. — Bioeiwijzen. Enkel-
voudige en zamengestelde. Middelpunt-vlieden de en -zoeken-
de. — Hoofdje. Korfje. — Scherm. — Aar. Katje. Kolf.
Kegel. — Tros. Tuil. Pluim. — Bijscherm. Bundel. Schijn-
krans.
XIIL
Hoe de bloemen omuuld zijn.........256
Kleuren. — Geuren. — Bloemdek. — Bloembekleedsel. —
Vorm: regelmatig; symmetrisch; onregelmatig. — Betrek-
kelijke plaatsing. — Kelk. — Bloemkroon. — Bijkelk. —
Bijki-oon. — Honigbakjes. — Aanhangsels. Zaadpluis.
XIV.
Van welke deelen der bloem de vermeerdering der
zaadplanten afhangt...........268
Vergroeijing, — Vervorming. — Volle, dubbele, onzijdige
bloemen. — Eén- en tweeslachtige bloemen. — A. Meel-
draden. Helmdraad. Helmbindsel. HeLnknop. Hokken.—
Bijmeeldraden. — Getal, plaatsing en zamenhang van meel-
draden. — Stuifmeel. Stuifmeelbuis. — B. Stampers.
Vruchtbeginsel. — As- en blad-stampers. — Enkelvoudige en
zamengestelde stampers. — Hokken. Tusschenschotten. —
Stijl. — Stempel. — Zaadknoppen. — Aanhangsels.
XV.
Wat er ter vermeerdering der zaadplanten in de
bloemen omgaat . . -..........295
Stuifmeelbuis. — Kiemzak. — Kiemblaasjes. — Bevruch-
ting. — Kiem-aanleg. Naaktzadigen.
XVI.
Hoe de vruchten der zaadplanten zijn zamen-
gesteld ................302
Vruchtsteel. — Vruchtbodem. — Enkelvoudige, zamenge-
stelde en zamengevoegde vruchten. — Vrucht-aanhangsels