Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
•228
Springt ))lolseIing met bijzondere snelheid weg, nu en dan
nog het overschot van het gescheurde blaasje medevoerende.
De spiraaldraden, of, om de beweging, waarin zij eenigen
tijd verkeeren, ook »zwermdraden" genoemd, zijn aan de eene
zijde breed, aan de andere smaller en voor een gedeelte
met talrijke, zich bewegende trilhaartjes of wimpers bezet.
Bij bevochtiging met een droppel eener jodium-oplossing (*)
worden deze haartjes veel duidelijker zigt-
baar, doch houdt ook dadelijk de bewe-
ging geheel op. Uit één antheridium kun-

y^TjK
'wmf^






m
2E5. 286.
VoortplaoliDgsIeelen V3d vareDs.
nen tot 30 en zelfs meer zwermdraden ontsnappen.
De archegoniën gelijken gewoonlijk op die der loofmossen
(z. b. bl. 222), doch bezitten een korter halsgedeeltc dan
deze; zij vormen zich meestal langs het midden van de on-
dervlakte der voorkiem en in minderen getale (gewoonlijk
niet meer dan 8) dan de antheridiën (waarvan er soms wel
60 op dezelfde voorkiem bestaan). Het onderste gedeelte der
archegoniën loopt in eene holte in het weefsel der voorkiem
zelve uit. Later, wanneer zich namelijk het halsgedeelte aan
zijnen top opent, en tevens door uiteenwijking van de cellen
(*) Z. b. bl. 23.
285. Een klein gedeelte van de ondervlakte eener voorkiem van Pléris aerruldla,
vergroot voorgesteld; de langwerpige ligchamen, hierop zigtbaar, zijn de bij worteltjes
der voorkiem; de bolronde, veelcellige zijn de antheridiën en de ellipsvormige, in 'i
midden met een kanaal doortrokkene, de archegoniën.
28'>. A. Eén antheridium van Pléris scrruluta, sterker (300 malen) vergroot, liet
uittreden van den zwermdraad vertoonende. B. Eén archegonium derzelfde voorkiem,
aan zijnen top nog gesloten; de ter bevruchting bestemde cel bevattende, C. Zwvrm-
dradon, in hunne ontwikkeling.