Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
222
sen ook mogelijk, doordien zich eenvoudig hier of daar van
hun stengel- of bladgedeelte eenige cellen losmaken, die dan
verder tot nieuwe plantjes kunnen uitgroeijen, óf ook wel
doordien zich op het loof in kleine beker- of schotelvormige
deelen (zie fig. 274 en 275) celgroepjes vormen, die later
los rakende ook tot zelfstandige individu's kunnen voortgroei-
jen. Levermossen van zoodanigen oorsprong brengen zelden
vruchten voort.
Uit de sporen groeit de jonge plant óf regtstreeks voort,
óf er spruit eerst — en dit geschiedt meerendeels, — eene
uitbreiding van eene lintvormige of andei^e gedaante uit voort
(voorkiem), waarop zich eerst na eenigen tijd de aanleg
van het jeugdige plantje vertoont.
Bij de blad- of loofmossen vormen zich in de blad-ok-
sels zijdelings of aan den top der stengels de voortplantings-
deelcn, meestal met eenen krans bladeren van eenigzins ande-
ren vorm dan de gewone omringd (zoogenaamde »mosbloe-
men"). Deze voortplantingsdeelcn — ook
hier antheridiën en archegoniën — staan
of in hetzelfde omhulsel of, van elkander
gescheiden, op verschillende planten.
De antheridiën zijn langwerpige of ronde,
min of meer gesteelde, behalve aan den
kleurloozen top, groene of geelachtige
ligchaampjes, die zich in rijpen staat aan
den top openen en dan een aantal daarin
bevatte bolronde celletjes laten ontsnappen,
uit elke waarvan een zwermdraad te voor-
schijn treedt, van 2 trilhaartjes voorzien.
Men neemt aan, dat die zwermdraden
door den terzelfder tijd zich openenden
hals der fleschvormige archegoniën indringen en de hierin
voorhandene cel tot verderen groei geschikt maken, — be-
2T1. Voortplantiagsdeelea
m m loofmos.
277. A. De van hare omhulsels ontdane bloem van Bryum elongdtxm-, van onderen
staan de antheridiën met de daarnevens geplaatste knodsvormige draden (het klei-
nere figuur stelt een afzonderlijk antheridium met daarnaast staanden draad voor);
eenigzins hooger vindt men de fleschvormige archegoniën, waarvan slechts 1 — het
grootste — tot vrucht zal uitgroeijen. — B. Een ter bevruchting geschikt archego-
nium; in zijne buikvormige holte ligt de van eene kern voorziene eerste cel der
aanstaande vrucht.