Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
•212
daaruit ten laatste vrij ontsnappen. In vroegere dagen meende
men ze voor bijzondere Avoekerplantjes te mogen houden, zoodat
men deze (even als de ook voor zelfstandige gewassen gehou-
dene woekeringen van broeicellen) met bepaalde namen be-
stempelde. Tegenwoordig helt men er zeer toe over, om ze,
even als de daarmede verwante vormsels bij de zwammen
(z. b. bl. 208), als de mannelijke geslachtstoestellen te willen
beschouwen, hoewel men, evenmin als bij zwammen, tot nog
toe eenige regtstreeksche inwerking daarvan op de vruchten
of de daarin bevatte sporen heeft kunnen waarnemen (*).
Tot de eenvoudigste plantaardige vormingen behooren de
gewoonlijk onder de wieren gerangschikte Protococceën
(weeke, ronde cellen), Desmidieën (weeke, veelvlakkige cel-
len) en Diatomeën (of »kristalwieren", door hun gehalte aan
kiezelaarde harde, veelvlakkige, in vrijen toestand bewege-
lijke cellen), waarover vroeger (o.a. op bl. 126) gesproken is.
Ieder individu — cel — der eerste groep kan een aantal
nieuwe (dochter)cellen voortbrengen, waarin op hare beurt,
reeds vóór of na hare vrijwording uit de oudere (moeder-)
cellen, dezelfde herhaalde celvermeerdering, dikwijls met on-
begrijpelijke snelheid, geschieden kan. Bij de desmidieën kan
ieder individu door dwarse
indeeling, veroorzaakt door
inbuiging van zijnen wand,
zich in twee gedeelten af-
snoeren en deze zoo weder
op hunne beurt, terwijl uit
elk aldus ontstaan deel een
"ÏElWieto^ voorwerp uitgroeijen
kan. Bovendien kunnen 2
individu's te zamen vergroeijen; van beide cellen berst nu de
buitenste wand; door de hierdoor ontstane opening in elke
cel dringt dan een vliesje, met het andere te zamen éën blaasje
vormende, waarin zich de groene inhoud van beide cellen
(*) Ook bij cle korstmossen lieeft men die raadselachtige staafjes spermatiën
genoemd en de deelen, waarin zij ontstaan, sp e r m o go n i ë n.
205. Parelsterretje (Euuslram margarillferum), zich, even als D. het maanstaafje
(Cluslerium liwuldtiini), door insnoering verdeelende. B. Celverbinding bij Eunótia
iürgida; uit eene spleet van elk der beide cellen komen twee uitpuilende vliesjes
elkander te gemoet, die ten laatste (C.) tot do vorming van 2 sporen ineensmelten.