Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
•190
naam van stengelknopje, en aan
den anderen kant dien van wor-
telknopje verkregen heeft. Deze
zijn O. a. van elkander onder-
scheiden doordien het eerste zij-
ne jongste celletjes onmiddellijk
aan zijnen top bezit en het laat-
ste even onder den top; bovendien ook doordien uit het laat-
ste, even als uit den aanleg van eiken anderen wortel of
worteltak, nimmer bladeren voortkomen. Intusschen heeft men
dien aanleg van elke soort van wortels toch wortelknoppen
genoemd, omdat de uitgroeijing van eenen wortelknop de
vorming van een nieuw asgedeelte (wortel) ten gevolge heeft.
Wat op de wortelknoppen betrekking heeft, is bereids in
de hoofdzaken boven (bl. 118) medegedeeld. Wij zullen ons
dus hier slechts met de stengelknoppen hebben bezig te
houden.
Wanneer gij voor eenen hoogen boom staat met fiks uitge-
schotene takken, kunt gij u dan wel voorstellen, hoe gaande-
weg die hoofdstam en zijne takken die aanmerkelijke hoogte
of lengte bereikt hebben? Zoo niet, — laat ik u dan herin-
neren aan het vroeger (bl. 137) daarover aangestipte, hierop
neerkomende, dat de verlenging van eenen reeds bestaanden
stengel of tak afhangt van de zich telkens aan zijnen top
vormende knoppen; elk der hierdoor ontstane verlengstukken
op zicli zelf kan bovendien ook nog in lijnregte rigting uit-
groeijcn. Takken zijn bij het begin hunner vorming knoppen,
die zijdelings op den hoofdstengel of de oudere takken zijn
ontsproten en wel meestal aan de binnenzijde van den voet
der bladeren, d. i. in den hoek, welken deze met de as ma-
ken, waarop zij bevestigd zijn (z. b. bl. 141). Zulk een hoek
wordt «oksel" genoemd; vandaar de naam van okselknop-
pen voor de laatsten (die de aanleg zijn van nieuwe assen),
in tegenoverstelling van de eindknoppen (zijnde de aanleg
van verlengstukken op bestaande assen). Knoppen, welke op
230. Overlangs doorgesneden paardenboon (zaad van FMa Faba). K.a. vliezig om-
hulsel; ter hoogte van 6. het wortelknopje; c. het stengelknopje; d. één der beide
zaadlobben. B. een gedeelte van het vorige, eenigzins vergroot; b. het afgesneden
wortelknopje; bij c. het eerste op de zaadlobben volgend blad, behoorende bij het
stengclknopje.