Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
•185
Die deelen, welke zich bij de watervarens (z. b. bl. 132
en 144) op het eerste gezigt als bladei*en voordoen, zijn ook
weder stengelvormingen, waaraan de gedaante van bladeren
eigen is; enkele haarvormige deelen, hier en daar voorko-
mende, behooren welligt, even als bij de varens, tot de eigen-
lijke bladvormingen.
Bij de paardestaartigen zijn de bladen scheedevormig rondom
de stengels zamengegroeid; hunne vrije toppen zijn meestal
droog en vliezig en niet zelden donkerbruin gekleurd (zie
fig. 163).
Bij de loofmossen vindt men de bladen zeldzamer in twee
rijen, meestal echter in eene bepaalde orde spiraal-
vormig of dakpansgewijs op elkander liggende rondom
den stengel gerangschikt. Al de loof-
mos-bladen bezitten eene zeer een-
voudige gedaante en zijn ongesteeld;
zij bestaan uit een of twee, zoo ook
de aders, die er doorloopen, altijd uit
meerdere cellen-lagen; deze aders zijn
uit langwerpige, dikwandige cellen
fiamengesteld. Bij eenige loofmossen
vindt men groote en kleine bladen;
zoo o. a. bij het veenmos, waarbij
elk blad uit éëne laag cellen bestaat, 224. Loofmos-bladeren.
die door met elkan-
der afwisselende
groote en kleine cel-
len gevormd wordt;
in de laatsten vindt
men bladgroen, in
de eersten niet, doch
dezen zijn met eenen
spiraaldraad bekleed
en onderscheiden zich bovendien, even als de cellen van den
225. CelwaadeQ met openingen.
224. a. Het bovenste gedeelte van een loofmos-blad, sterk vergroot: alleen ter rcg-
terzijde is de inhoxid (bladgroen-korreltjes) afgebeeld; b. blad van Phascum serrd"
turn, minder sterk vergroot; dit blad vertoond tandjes aan den rand, terwijl het
vorige gaafrandig is.
225. a. Een gedeelte van hel blad van het breedbladig veenmos {Sphagnum cymbi-
fólium)\ h. van den bleekblaauwen gaffeltand {Dicramnn claticum)\ — beiden vergroot,