Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
•178
Ie gaan; de breuk wordt als-
dan ^Z^. — Ontmoet men na
1 winding juist boven een
bepaald blad een derde blad,
zoodat de schroeflijn langs 2
bladen liep, vóór dat zij het
laatste bereikte, dan is de
bladstand 7r — Heeft men
1 omwinding om eene as ge-
maakt en ging men daarbij
langs 3 bladeren, om tot een
vierde te geraken, hetwelk
regtlijnig boven het eerste,
waarvan men uitging, staat,
dan wordt de breuk Ysi
(zie fig. 218). Deze breuken nu
kunnen zijn voor den kortsten
weg: V2, V 81 /131 Uil c , n. 1 , ,
^73,, enz. ; voor den längsten Vs ^ladstanl
weg: V2, Va, Vs, 7i3, 'Vsn 'V341 ^nz. De betrekking tusschen
de getallen van beide reeksen en van iedere reeks afzonder-
lijk springt van zelf in 't oog. Door deze breuken wordt te-
vens de afstand van een blad tot het onmiddellijk daarop
volgende of daaraan voorafgaande aangeduid. Wanneer men
zich namelijk, om bij een der genoemde voorbeelden te blij-
ven, in den bladstand, die, naar den kortsten weg van om-
winding berekend, door wordt uitgedrukt, voorstelt, dat
al die bladen (a tot é) door inkorting van de as, waarop
zij staan, zich in éénen kring zonden bevinden, dan stonden
zij (a van h van c, c van tl^ d van c en c van ƒ) van
elkander verwijderd op den afstand van van dien kring,
d. i. ^/j van eenen cirkelomtrek. Zoo bedraagt die afstand
van het eene blad tot het volgende bij den bladstand, die
door Ys ■^'Oï'dt aangewezen, van een cirkelomtrek, enz.
Bij de gewone loofbladeren zal men in den regel uiterlijk
219. Een tak, zoo als die van onze meeste boomen. Boven blad a staat hier lood-
regt blad ƒ. Om van het eene tot het andere te komen, dus voor éénen omloop,
gaan wij hier met 2 windingen langs 5 bladen: a h c d e. Het laatste ƒ telt ook
hier weder niet mede; de breuk wordt dus hier ^/j. In het schematische figuur daar-
naast zijn de bladeren verwijderd; de likteekens wijzen hunne bevestigingspunten aan