Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
177
s
spiraal of schroeflijn heeft, en daarbij zal
men dan boven elk blad, na meer of min-
der windingen van den spiraal om de as,
een ander blad aantreffen, hetwelk in eene
regte lijn daarboven staat. De som der
windingen, die men maken moet, om van
den voet van het eene- blad tot dien van
het regt daarboven staande te geraken,
heet omloop. Maakt
men nu het aantal win-
dingen van éénen omloop
tot den teller eener breuk
en het getal bladeren (le-
den), welke in dien om-
Blatal begrepen zijn, tot den
noemerdierbreuk,dan kan
men hierdoor den bladstand op zeer eenvoudige wijze beschrij-
ven. Indien b. v. (zie fig. 219) eenige bladeren {a—f) zóóda-
nig boven elkander staan, dat men, wanneer men den kort-
sten weg inslaat, om van het eerste (a) tot het tweede blad
{b) te komen, en zoo verder, in 't geheel 2 omwindingen om
de as moet maken, om van het eerste blad (a) tot het juist
regt daarboven staande (ƒ) te geraken, en wanneer men nu
op dien weg de denkbeeldige schroeflijn b. v. langs 5 blade-
ren (a, b, c, c?, é) trekken moest (het laatste blad — ƒ —
wordt niet medegerekend, als zijnde het aanvangspunt van
eenen nieuwen omloop), dan drukt men dit uit door de breuk
Vg. Slaat men in dit geval aanvankelijk eenen anderen län-
geren weg in, om van het eerste tot het tweede blad te na-
deren, en zoo verder, dan zijn er 3 windingen om de as
noodig, om langs de in dien omloop begrepene 5 bladeren
218. I)e stengel van een rietgewas (b. v. van Arundo), waarvan de bladschijven
grootendeels van de scheeden zijn afgesneden. Boven het blad a staat blad d lood-
regt \ a b c d vormen éénen spiraal, zoodat voor den geheelen omloop hier slechts
ééne winding noodig is; bij d begint een nieuwe omloop: de/, die in (het hier niet
voorgestelde blad) g eindigt. In don omloop van 1 winding zijn dus 4 bladen (abc
d) begrep 'jn; hot laatste (d, of hooger g) telt men echter niet daarin mede, omdat
van hier af weder een nieuwe omloop aanvangt; men rekent dus slechts de 3 tot
aan het sluitblad van den omloop, en drukt dit uit door de breuk: Vs- Het daar-
naast staande schematische figuur stelt de plaatsing voor bij verkorting van de as
en bij ineengedrongen stand der bladeren, van boven af gezien.
12