Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
•175
worden. Doordien deze blaasjes 's zomers met
lucht gevuld zijn, stellen zij de plant in staat,
zich alsdan tot aan de oppervlakte van het wa-
ter te verheffen, waarboven hare fraaije gele
bloemen uitsteken; in het najaar ontsnapt de ^
lucht weder uit de blaasjes, en nu zinkt de plant
door hare zwaarte weder naar den bodem. 216. LiciHblaasjes,
Ter loops, eene opmerking: Er zijn hier eenige voorbeel-
den opgenoemd van plantendeelen, die onder eenfgzins afwij-
kende gestalten van de gewoonlijk voorkomende optreden;
gij hebt daarvan zeker met de belangstelling, welke zij inder-
daad om hunne zeldzaamheid verdienen, kennis genomen. Het
zijn vooral zulke vormsels, waarop velen, die natuurbeschrij-
vingen leveren, als op wonderen der schepping plegen
te wijzen. Door zoodanige voorstelling moet gij u echter niet
te zeer laten meeslepen; want niet minder groot wonder dan
een afwijkende vorm, is ieder meer algemeen bekende. Zoo
men van »wonderen der schepping" spreken wil, dan is ook
alles, wat tot de schepping behoort, een evenveel beteeke-
nend wonder, en, wanneer wij ons voor de grootheid van
Hem, door Wiens magtige wil al die wonderen zijn tot stand
gebragt, met ootmoed nederbuigen, dan vinden wij daartoe
ruimschoots opwekking en aanleiding in de waarneming van
het ons dagelijks omringende, —■ hetgeen ons, alleen omdat
wij aan de aanschouwing daarvan gewoon zijn geraakt, niet
meer als iets wonderlijks voorkomt, — en behoeven wij daar-
voor niet bij uitstek op de minder veelvuldig optredende ge-
wrochten den blik te vestigen......De gansche schepping is
é d n Goddelijk wonder!
Het zal u welligt nog niet in de gedachte gekomen zijn, dat
de wijze, waarop de bladeren gerangschikt zijn op de sten-
geldeelen, waaruit zij zijn voortgekomen en waardoor zij dan
ook gedragen worden, veel kan bijdragen tot het verschil in
voorkomen tusschen de eene plant en de andere. Hiermede
hangt natuurlijk ook de wijze te zamen, waarop de bladeren
aifl. Eenige talijes met bladslippen en blaasjes van het gemeene blaasliruid (flricu-
Inria rulgdris). Deze fijne takken en bladslippen kunnen ligtelijk met wortels verward
worden. Deze laatsten komen daaraan eehter alleen voor, wanneer de planten op den
bodem liggen; in drijvenden toestand bezitten zij ze niet; dit staat in verband met
eene geheel bijzondere wijze van vermenigvulditring dier gewassen.