Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
•104
(blaadjes) te zamen met den steel,
die ze vereenigt, de naam van
»blad" toekomt, dan zal n die
voo"steiling niet alleen bevreem-
den, maar gij zoudt welligt elke
poging willen laten varen, om
nog naar gelijkheid in schijn-
baar zoo verschillende vorm-
sels te zoeken. En toch is dit
niet onmogelijk, wanneer gij
slechts eenig denkbeeld bezit
van de wijze, waarop de blade-
ren ontstaan en de hun eigene
gedaanten verkrijgen.
Ontwikkelt zich het kegel-
vormige celgroe])je, waaruit de
aanleg der jonge bladeren be-
staat (z. b. bl. 162)j zoodanig,
dat de groei — d. i. de celver-
198.2anieD38slelil blal
meerdering, — zoowel in de
lengte en breedte als dikte
plaats heeft, dan ontstaan
de vleezige bladeren, gelijk
men die b. v. bij de daarom
zoo genoemde vetplanten aan-
treft. Geschiedt de groei al-
leen in de lengte en breedte,
dan worden zij vlak uitge-
breide bladeren, gelijk het
meerendeel der ons bekende.
Ter zijde, d. i. aan zijnen
rand, kan zich nu de jeug-
dige cellenkegel regelmatig
uitbreiden en dan ontstaat
er ook een blad, waarvan de
zijranden geheel onverdeeld
198. Van de wilde roos {Kósa canina).
199. Van den wilden kastanje (Ae'sculus Hippordstanuni).