Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
IX.
WAARIN DE BLADP:REN OVEREENKOMEN EN
4
VERSCHILLEN.
» Op elkander gelijken als twee bladeren" beteekent in de da-
gelijk.sche spreekwijze nagenoeg zooveel als: »niet op elkander
gelijken." Het moge inderdaad eenigzins moeijelijk zijn, van ver-
schillende plantsoorten, soms zelfs van dezelfde plant bij den eer-
sten blik twee bladeren aan te wijzen, die in alle opzigten te za-
men overeenstemmen, toch kan men niet zoo veel waarde aan die
voorstelling hechten, als of zulk eene gelijkheid volstrekt niet be-
staanbaar ware. Hij dio er iets meer van weet dan het groote pu-
bliek, erkent wel degelijk in alle bladeren zekere punten van
•standvastige overeenkomst en dat, wat hij er als kenmerken van
verschil in ontwaart, is vaak geheel iets anders, dan hetgeen
als zoodanig voor den oningewijde geldt. Vooreerst vat een
de.skundige het begrip van nblad" veel ruimer op, dan gij
dit welligt vermoeden zoudt. Voor hem zijn namelijk bladeren
niet uitsluitend die groene aanhangsels van stammen en tak-
ken, die door hunne ontplooijing het naderen der lento ver-
kondigen , door hunnen vollen wasdom den zomerdos der
natuur zoo lieftallig sieren, door hunnen val in den herfsttijd
ons de vergankelijkheid van al het schoone herinneren, of wel
door hunne afwezigheid de barre winterdagen nog somberder
en doodscher maken. Voor hem is elk plantendeel, hoedanig
ook zijn uitwendig voorkomen zij, een blad, wanneer zijn
top het eerst ontstaan is, die top het eerst ophield te groei-
11