Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
154
scheikundige zamenstelling van hare wanden en inhoud in re-
kening moet gebragt worden, lloe gelijkmatiger en meer ineen-
gedrongen het weefsel der onderscheidene jiiarringen is, des te
vaster is ook het hout. De hoeveelheid brandstof, welke eene
houtsoort bevat, is evenredig aan den graad harer hardheid.
De hardere soorten zijn ook de beste politourhouten. De duur-
zaamheid van het hout cn dus zijne geschiktheid als bouw-
materiaal hangt dikwijls van scheikundige bestanddeelen af
(zoo als hars, looistof, enz.). De »vlammen" van zekere hout-
soorten zijn het gevolg van de als linten verloopende hout-
parenchym-strooken, soms ook van afwisselend herfst- en
vooijaarshout.
Het splint (z. b. bl. 89) bezit veel meer vocht in zijne
mergstralen en over 't algemeen een teerder weefsel dan het
kernhout of het hart. Dit laatste (het oudst gevormde
hout) is dikwijls geheel saploos en hard. Bovendien zijn beide
gedeelten dikwerf van elkander onderscheiden door verschil
in kleur. In onze olmen kan men dit o. a. ook opmerken;
bij het ebbenhout gaat dit zoo ver, dat het hart zwart en het
splint wit is. Het splint verandert van lieverlede in kernhout,
waartoe voor verschillende boomsoorten ook meer of minder
tijd gevorderd wordt en waarop ook luchtgesteldheid, bodem,
enz. een belangrijken invloed uitoefenen. Als bouwmateriaal
wordt nagenoeg alleen het hart van het hout gebezigd.
Bij hetgeen (z. b. bl. 72 en 85) reeds over den verdik-
kingsring gezegd is, hebben wij te dezer plaatse alleen nog op
te merken, dat de juiste onderscheiding daarvan als een bijzonder
weefsel en de erkenning zijner beteekenis eerst sedert betrekkelijk
niet langen tijd heeft plaats gehad. Men hield dien namelijk
vioeger voor eene soort van dik vocht, waaruit aan de eene
zijde de houtbestanddeelen en aan de andere die van den
bast gevormd werden. Ook waren er, die de langwerpige
cellen, waaruit dit weefsel bestaat, voor eene bijzondere soort
van vaten hielden. Thans mag men als vrij zeker aannemen,
dat zijne cellen inzonderheid tot de verlenging der mergstra-
len bijdragen, terwijl het tceltwcefsel der vaatbundels zeiven,
waarmede dat van den verdikkingsring, die er doorheen loopt,
een geheel vormt, voornamelijk tot de afzetting van nieuwe
hout-elementen aanleiding geeft. Beiderlei teeltweei'sels echter