Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
143
en daardoor kort blijven, kunnen zij zich als hooge boom-
stammen voordoen. De takken, die geheel het aanzien van
bladeren hebben, ontspruiten uit de onderaardsche stengels in
nagenoeg kransvormigen stand; bij regt opstijgende vindt men
ze alleen aan den top, terwijl men
daaronder vaak overblijfselen of
116.
Dwarsa doorsnede van een' ITl. Dwarse doorsnede van een'
boomvarenstam. varenstengel.
likteekens van reeds afgevallene aantreft. In
jeugdigen toestand zijn deze takken spiraal-
vormig opgerold. Al de stengeldeelen der
varens en mitsdien ook genoemde bladvor-
mige takken bezitten vaatbundels fz. b. bl.
82), meestal uit trap- en ook ringvaten be-
staande, met langwerpige, verhoute, bruin
gekleurde cellen , die dikwerf in eenen
kring staan en daardoor het
renchymweefsel in tweeën —
overige
schors
j)a-
en
ns. Loop
der vaatbundels ■
in een' yarenstengeL
scheiden. De verdikkingsrin": houdt
o o
te breiden, zoodat de
als die van alle ove-
op zieh uit
varenstengel — even
170. Van Cyäthea arhórea. Deze en andere boomvarens komen alleen in de keer-
kringsstroken voor. Op het buitenste kurkachtige en met luchtworteltjes (z. b. bl. 128)
bezette bekleedsel volgt de zoogenaamde schorslaag, uit parenchymcellen bestaande,
die hier on daar met het overige binnenste parenchym (of mergmassa) één geheel
vormen. Vooral dit laatste bevat veel zetmeel. Het witte gedeelte in de halfmaanvor-
mige strooken zijn de vaten, die met de donkere, daaromheen liggende randen — ge-
vormd door teeltweefsel en verhoute parenchymcellen, — de vaatbundels zamenstel-
len.— Bovendien komen hierin nog kleine, hier en daar verspreide vaatbundels voor.
177. De plaatsing der vaatbundels is voor verschillende varcus niet zelden zeer on-
derscheiden. In de hier voorgestelde dwarse doorsnede doen zij zich als in een' kring
staande voor.
178. Hieruit bl\)kt h»>t, dat de vaatbundels door verlakkingen met elkander in ver-
band staan.