Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
111
of oudere takken gevormd zijn, en wel in den regel aan dc
binnenzijde van den voet der bladeren. Doordien de bladeren
nu altijd met zekeren regelmaat op de stengeldeelen bevestigd
zijn, is daardoor ook bij elke plantsoort de stand der knop-
pen en die van de daaruit voortspruitende takken aan zekere
bestendige orde gebonden. Over 't algemeen is de vorming
van takken of zijassen veel menigvuldiger ))ij de twee- dan
bij de eenzaadlobbigen en staat hiermede somtijds de lengte-
groei in omgekeerde verhouding, d. i. de stam wordt meer-
malen des te hooger, naarmate de vertakking schraler is.
Dc lengtegroei der stengeldeelen is alleen mogelijk, zoo lang
de aan den top daarvan voorkomende knop werkzaam blijft,
d. i. zoo lang de deelen, waaruit deze zamengesteld is, niet
belet worden, zich te vergrooten of nieuwe weefsel-elementen
(cellen) voort te brengen. Voor de verschillende planten zijn
er in dit opzigt grenzen, zoodat er, gelijk bekend is, gewassen
voorkomen met reusachtig hoogc stammen, terwijl andere im-
mer laag bij den grond blijven; kunstmatige kweekiiig kan
hierin echter menige verandering aanbrengen.
Ten opzigte van den vorm heerscht er bij de stengels nog
grootere verscheidenheid dan bij de wortels. Op éëne zaak
dient echter uwe aandacht ten
zeerste gevestigd te blijven, na-
melijk daarop: dat bij de planten
dc aard der deelen niet door hun-
nen vorm bei)aald wordt, docli wel ,
, , •• ns. Stengelïormen.
door hunne ontwikkelmgswijze,
ontleedkundige zamenstelling, plaatsing, enz. Het geval kan
zich namelijk voordoen, dat gij bloemen aantreft, regtstreeks
voortgesproten uit plantendeelen, welke gij, wegens hunnen
vorm, voor bladen zoudt houden; er bestaan echter voor den
deskundige redenen, om dezen voor bladvormige takken te
houilen, o. a. reeds alleen daarom, omdat hij weet, dat uit
bladeren nimmer bloemen kunnen voortkomen, doch vooral
op grond der ontwikkelingswijze van zulke deelen (z. b. bl.
IIG). Dit in 'toog houdende, zult gij u voor menige dwaling
175. Om den vorm der stengels met zekerheid te bepalen en bij de besehrijvins
daarvan geene verkeerde benaming te l)ozigen, is het dikwijls dienstig, eene dwarse
doorsnede der stengels te bezien.