Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
140
(hetgeen o. a. door de plaats, die zij innemen, wordt aange-
wezen), hoewel zij niet altijd daar, waar zij voorhanden zijn,
noodzakelijk tot aanhechting der plant, waartoe zij behooren,
dienen moeten, wijl men ook vrij in de lucht zwevende ran-
ken aantreft.
Zoowel stengeltakken als bladeren vertoonen zich soms nog
onder eene andere gedaante, namelijk onder die van doornen,
zijnde houtige, scherppuntige voor-
werpen, die met het deel, waarop
zij voorkomen, in veel naauwer
zamenhang staan en ook een an-
der ontleedkundig maaksel bezit-
ten dan de stekels (z. b. bl. 96).
Op de zich als doorns voordoende
takken komen somwijlen bladeren
en zelfs bloemen voor.
Over 't algemeen noemt men
alle takken, waarop alléén of voor-
namelijk bloemen zijn gevestigd,
bloemstelen. Zeer dikwijls blijven deze meer kruidachtig,
Avanneer al de overige takken zelfs sterk verhouten.
Dat er in de verdeeling (vertakking)
der stengels zeer veel verschil bestaat,
wordt u bij den eersten blik op on-
derscheidene gewassen reeds duidelijk.
Even als nu de hoofdassen, naar ge-
lang van haren duur, in één- en
meerjarige onderscheiden zijn, komen
er ook één- en meerjarige zijassen
voor (*) en de plaatsen, waar de zij-
assen ontstaan, (mitsdien de wijze van vertakking,) zijn bij
dezelfde plantsoort zeer bestendig. Zij spruiten namelijk allen
uit knoppen voort, die op bepaalde plaatsen op de hoofdassen
Iii Vertakkingen.
173. noornvormige tak van den sleedoorn {Prunus spinósa).
174. a. Schematische voorstelling van eenige vertakkingswijzen, zoo als zij intus-
schen gezamentlijk niet op dezelfde plant plegen voor te komen. h. Twcegaffelige
vertakking, zoo als b. v. bij het mistelboompje {Viscum alhum) voorkomt.
(*) Sommigen noemen de éénjarige hoofdassen meer bepaaldelijk: stengels; de
meerjarige: stammen; en zoo ook eenjarige zijassen in 't bijzonder: twijgen; de
meerjarige: takken.