Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
138
verlengstuk op liet oudere stengelgedeelte,en zulk een verlengstuk,
waarvan het begin ■— knoop geheeten — zich vaak door eene
ringvonnige opzwelling kenmerkt, wordt t u s s c h e n k n o o p ge-
noemd. Groeijen nu zulke tusschenknoopen niet in lijnregte
rigting uit, maar blijven zij betrekkelijk zeer kort, dan neemt
men ze onontwikkeld. Alsdan zullen ook de daaraan voor-
handene bladeren zeer digt bijeen blijven staan, en niet, zoo
als bij de in de lengte uitgegroeide of ontwikkelde tus-
schenknoopen, op afstanden van elkander geraken.
Daar iedere plant bestendig alleen ontwikkelde of alleen
onont^vikkelde, of wel gedeeltelijk ontwikkelde en gedeeltelijk
onontwikkelde tusschenknoopen bezit, vindt men hierin, be-
nevens in de wijze van vertakking en in het verschil in blad-
vorming, de oorzaken van het onderscheid in het uitwendig
voorkomen der planten en daardoor ook gedeeltelijk het ver-
schil van indrukken verklaard, welke de onderscheidene ge-
wassen, bij aanschouwing, op ons maken.
Ontwikkelde tusschenknoopen vindt men het meest bij de
tweezaadlobbigen en naaktzadigen; onontwikkelde voornamelijk
bij de eenzaadlobbigen.
De zich boven den grond ontwikkelende stengels groeijen
niet altijd regtop naar boven, maar blijven zich bij sommige
gewassen langs de opper-
vlakte der aarde uitstrekken.
Bij verschillende planten
spruiten alsdan bij wortels
uit hare stengels, en zoo
doet zich ook nu en dan
het geval voor, dat uit de
langs den bodem kruipende
takken van zoodanige gewas-
sen, ter plaatse waar zich van onderen de bijwortels vormen,
daarboven een knop ontstaat, waaruit weder nieuwe stengel-
takken, enz. uitgroeijen. De laatsten geraken soms van zelf
los van den hoofdstengel en groeijen dan als zelfstandige plan-
169. Aardbezieplant {Fragdria têsca). Men noemt zulke horizontaal Toortkruipende
en bewortelde stengeldeelen: uitloopers, stoelen, enz. De werktuigelijk van de
moederplant gescheidene takken, bestemd tot een' zelfstandigen groei, noemt men
afleggers.