Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
134
van het parenchym der wortels is niet altijd dezelfde als die
in stammen; zoo komt ook veel mindere of in 't geheel geene
bladgroenvorming in onderaardsche wortels voor, en bezitten
vele wortels geene harsen enz., ofschoon de stammen, waartoe
zij behooren, zeer rijk daaraan zijn.
In de wortels der eenzaadlobbigen, waarin de verdikkings-
ring vroeg ophoudt zich verder te ontwikkelen (z. b. bl. 85),
vindt men dezen gewoonlijk door eene strook verdikte en
verhoute cellen — de kernscheede — omringd. De vaat-
bundels blijven hier niet zoo geïsoleerd als in de stammen,
maar vormen een digteren kring, echter zonder mergstralen.
Eindelijk kunnen er in het buitenste (schors)gedeelte van
deze wortels tweederlei lagen onderscheiden worden.
In de wortels der sporeplanten vindt men een enkelen
door het midden loopenden vaatbundel, digt door de schors
omringd. In de hierbij behoorende stengels of stammen wordt
dikwijls een geheel ander verloop der vaatbundels aangetroffen.