Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
130
)9. Kraüswier.
uit, zoo als die van nagenoeg alle bedektsporigen, maar
breiden zich tot een weefsel van
eene bepaalde gedaante uit, —
vóórkiem genaamd, — hetwelk
later weder verdwijnt, nadat of
regtstreeks daaruit, of door tus-
schenkomst van zekere deelen,
waarmede wij nog in 't vervolg
kennis zullen maken, een knop is
ontsproten, die als de aanleg van
de jonge plant te beschouwen is.
Bij de lever- en loofmossen groeit
nu deze knop alleen bovenwaarts
uit; bij de varens en overige
naiiktsporigen daarentegen ook ge-
lijktijdig benedenwaarts; daardoor
kan men bij de laatsten ook terstond eenen wortel onder-
scheiden. Van lieverlede openbaart zich nu ook in de onder-
scheidene opeenvolgende groepen der naaktsporigen meerdere
gelijkenis in uitwen-
dig voorkomen met
dat der zaaddragende
planten. Het weefsel
der naaktsporigen be-
staat grootendeels uit
parenchym (z. b. bl.
69), niet zelden ook
doortrokken met vaat-
bundels (z. b. bl. 81)
en veelal ook verge-
zeld van een opperhuidweefsel (z. b. bl. 90).
De vliezige, plaatvormige, bladachtige uitbreidingen van vele
levermossen zijn aan de onderzijde van haarvormige, verlengde
cellen voorzien, welke men daarom wortelharen noemt; terwijl
ook aan de van stengels en duidelijke blaadjes voorziene
levermossen eenvoudige, buisvormige cellen ontspruiten, wier
uiterlijke vorm naar dien van wortels zweemt.
löS. stinkend liranswier (Chara /oélidn).
IfiO, yiurrhmilïd ptijymórpjtit.
I. Levermos.