Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
152. Eencellige
pläDten.
154
Bij de sporeplanten (z. b. bl. 105) kan, indien zich daarbij
een Avortelvormig deel vertoont, nooit van eenen echten
wortel (z. b. bl. 118) sprake zijn, omdat bij haar namelijk
geen kiem met regtstreeks uitgroeijenden wortelaanleg voorkomt.
De gedaante der bedektsporigen (bl. 107) is over 't alge-
meen zoo afwisselend en het maaksel der deelen, waaruit zij
zijn zamengesteld, zoo weinig scherp begrensd,
dat men daarbij geene zich als wortels, stengels of
bladen onderscheidende deelen waarnemen kan,
liet duidelijkst blijkt dit o. a, bij die mikro-
skopische (d. i, alleen door het mikroskoop dui-
delijk zigtbare) plantjes, waarvan vroeger zoovelen
onder de zoogenaamde
afgietsel- of infusie-
diertjes werden me-
degeteld, en welke
slechts uit ëëne cel
bestaan, (Daar, waar
men meerdere daarvan
nevens elkander ver-
eenigd vindt, leidt
toch iedere cel haar
zelfstandig leven, zon-
der in eenig verder
verband te staan met
de andere, haar be-
grenzende,) Er zijn
daaronder, die men
tot de zwammen, maar
- die men tot de wie-
]hl Eencellige planten.
ook — en wel het grootste gedeelte
ren rekent. Ten opzigte der eencellige zwammen verdient het
intusschen wel de aandacht, dat er somtijds als zoodanige be-
]5'2. PrSlocóccus viridis. Elk individu bestaat uit ééne cel, waarin zich groene kleur-
stof bevindt, en wordt later met jonge celletjes gevuld. De wand der eerste cel berst
weldra, zoodat de jongere nu vrij worden en op hare beurt even zelfstandig voortleven.
Het groene aanzetsel langs houten muren, in waterkaraffen, enz. is grootendeels daaruit
zamengesteld.
153. Allerlei zoogenaamde Diatomeen, Deze eencellige veelvormige voorwerpen on-
derscheiden zich o. a. door hunne eigenaardige bewegingen, wanneer zij in eene vloei-
stof drijven. Met de Protococcéën en De.smidiéën behooren zij tot de eenvoudigste
plantaardige wezens.