Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
III
anderen steeds met de meeste voorzigtigheul
het kwetsen of afbreken der wortelspitsen te
vermijden. Ten andere komen er uit wortel-
knoppen cn wortels nimmer regtstreeks blade-
ren te voorschijn; wanneer men dezen — zelfs
nog zoo eenvoudig ontwikkeld — op een in
den bodem gezeteld deel aantreft, kan dit nooit
een wortel zijn.
liet ontstaan der wortelknoppen kan het
best worden waargenomen bij die wortels,
welke zich vertakken. Iedere tak hiervan
is, ofschoon gewoonlijk tot eenen echten,
wortel behoorende, strikt beschouwd, —
lil Wortelinutsjs.
U2. VÄ wortel.
omdat hij niet de onmiddellijke verlenging
van het worteltje der kiem is, — een bij-
wortel. Binnen in het weefsel van den
wortel, namelijk daar waar zich de ver-
dikkingsring (z. b. bl. 8ö) bevindt, en wel
aan de buitenzijde daarvan en ter plaatse
waar een vaatbundel ligt,vormt zich een kegel-
vormig groepje cellen, waarvan de aan den top gelegene weldra in
het boven vermelde kapje veranderen. Dit celgroepje wordt, door
de gestadige vorming van jonge celletjes onder dit kajye, steeds
langer en dringt nu, van een tak des vaatbundels voorzien, ein-
delijk door het ligchaam van den wortel heen, waarvan het zich
dan, na zijne uittreding, als een worteltak voordoet, welks
ontleedkundige zamenstelling gaandeweg geheel gelijk wordt
aan die van den wortel, waaruit hij te voorschijn kwam; de
vaatbundels van den wortel blijven steeds met die zijner tak-
ken in onmiddellijken zamenhang.
Op dezelfde wijze als de worteltakken, ontwikkelen alle
141. Kroos-plantjes {Levma). Slechts ééne van de 5 soorten vnn het eendenkroos,
hetwelk 's zomers in zoo groote menigte het water onzer slooten en vijvers bedekt, be-
zit geene worteltjes-, bij alle overige zijn het worteltje en wortelmntsje zeer goed te on-
derscheiden. (Ue zeer kleine bloempjes dezer plnnten vertoonen zich iu het voorjaar.)
142. Men vindt o. a. zulke vertakte wortels bij do meeste boomen onzer luchtstreek.
Wanneer bij den vertakten wortel het middelste gedeelte sterk ontwikkeld tot aan den
top uitloopt en loodregt in den bodem dringt, dan noemt men hem: paalwortel.
Wanneer de t.ikken zich meer horizontaal en vrij digt onder de oppervlakte van den
grond verspreiden, dan noemt men ze: daauwwortelsj zeer fijne vertakkingen
van wortels heeten: wortelvezels. Een bijna in 't geheel niet vertakte, regt door-
loopende wortel (fig. 140) heet: penwortcl.