Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
IIG
tel, — en zijdelingsche deelen van den stengel, bladeren
genaamd. Het hoofdverschil tusschen assen en bladeren is
daarin gelegen, dat bij de eersten de top het laatst gevormd,
dus het jongst is, terwijl bij bladeren de top het eerst
ophoudt te groeijen, derhalve het oudst is. AVanneer men
dan ook de onderscheidene deelen, vrelke zich bij de zaad-
])lanten ontwikkelen, naar dit verschil rangschikt, dan zijn
er, die — hoedanig ook hun vorm of voorkomen zij —■ óf
tot de assen, óf tot de bladeren gebragt moeten worden, óf
wel uit beiderlei soort van deelen zijn zamengesteld. Het is
echter om verschillende redenen niet verkieslijk, de deelen,
waaruit de planten bestaan, achtereenvolgens naar dezen grond-
slag te beschrijven, en wij zullen daarin dan ook de bij alle
anderen gebruikelijke methode volgen.
Bij de bedektsporigen (z. b. bl. 110) kan men geene schei-
ding in assen en bladeren waarnemen. AVelke deelen hierbij
ook op wortels, stengels of bladeren gelijken mogen, zij ver-
dienen met regt die namen niet. Bij een gedeelte der lever-
mossen en bij alle overige naaktsporigen daarentegen bestaan
er assen met nu eens meer, dan weder minder ontwikkelde
blad-aanhangsels; intusschen zijn alleen de vaatplanten (z. b.
bl. 80 in de noot) van eenen wortel voorzien. "W'at »wortels"
zijn, zullen wij in het volgende Hoofdstuk mededeelen.
het overige „stengel" (of „stam"), en dat de aanhangsels of „bladeren" zich op
verschillende hoogten op verschillende wijzen voordoen, waarvan oolc hunne benamin-
gen afhangen (6 zijn de zaadlobben; c de eigenlijke [loof] bladeren; d de schutbladen;
c de kelkbladen [vormendeden ondersten of buitensten krans der bloemen] ; ƒ de bloem-
kroonbladeren g de meeldraden; h de stampers en t de zaadknopjes).