Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
103
en wel <ies tc meer, hoe inniger zijne verkeering met de
natuur en hoe gevoeliger zijne gemoedsstemming is. Hoe gaarne
bediende men zich b. v. te allen tijde van bloemen bij de
hartstogtelijke opwellingen der liefde, liet Hindoesche meisje
legt het met bloemen bedekte banaanblad op de golven van
den stroom, om zich daardoor te laten voorspellen, welk lot
aan hare liefde in het volgende jaar beschoren zal zijn. Nog
ieder jaar ontbladert hier en daar een eenvoudig landmeisje
een madelielje, bestudeert zij de bloementaal en windt ze
veelbeteekenende ruikers en kransen, 't liefst wel is waar
van myrte. Van oudsher heeft men daarom ook reeds aan
de gewassen zelve een verschil in sekse, een verlangen
en beminnen toegeschreven. De stevigste, krachtigste en
ruwste planten noemde men de mannelijke, de meer teedere
en zachtere de vrouwelijke," enz. Met name bij de bestude-
ring der bloemen heeft deze gewoonte de opvatting der plant-
kundigen in vroegeren tijd wel eenigzins beneveld en ver-
ward, waartoe ook vooral bijdroegen de door den dichterlijken
linnaeus vastgestelde benamingen voor vele bij de bloemen
waarneembare bijzonderheden, waaronder er verscheidene
zijn, welke aan het verschil in geslacht bij de dieren zijn
ontleend. Voor de verklaring van menig verschijnsel bij de
plant werden dan ook, doordien men zulke benamingen al
te letterlijk opvatte, dezelfde oorzaken aangevoerd, welke
men bij de dieren en zelfs bij den mensch als zoodanig had
leeren kennen. Hierbij verloor men intusschen geheel uit het
oog, dat er een ver uiteenloopend verschil bestond in het
maaksel en de zamenstelling dier wezens, wier bestaap en
werkingen men op zoo gelijken leest schoeide, en evenmin
als tegenwoordig in de wetenschap het denkbeeld bijval zou
vinden, dat b. v. van de scheikundige verwantschap tusschen
de eene en de andere grondstof liefde de oorzaak zou zijn,
of dat de verschijnselen van aantrekking bij magnetische of
elektrische werkingen het gevolg zouden zijn van in de
voorwerpen opgewekte hartstogtelijke neigingen, enz., even-
min kan men thans, bij eene onbevooroordeelde bestu-
dering der planten, eenige waarde hechten aan de mee-
ning, als of elke bloem het tooneel eener liefdegeschiedenis
zou zijn. Veel van wat daarin omgaat, is — gelijk nog zoo