Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
1)2
zins zijwaarts, aan den bin-
nenkant echter niet of
slechts zelden; de buiten-
ste verdikkingslagen ver-
knrken zeer dikwijls (zie
beneden bl, 96), doch ver-
liouten nimmer ; daar, waar
de opperhuid afsterft, zoo
als op de stammen van
boomen en heesters, wordt
zij in den regel door kurk-
weefsel vervangen. De ver-
kurkte verdikkingslagen
der opperhuidscellen (waar- ^^o. OpperM, met eesliosede cellen.
in men dikwijls stippelkanalen aantreft) moeten niet verward
worden met een vliesje, hetwelk tegenwoordig beschouwd
wordt als aanvankelijk te hebben behoord tot de opperhuids-
cellen en later te verdikken, doordien door de laatsten heen, zoo
lang zij zich nog in jeugdigen toestand bevinden of niet sterk
verdikt zijn, nieuwe lagen in half-vloeibaren vorm doorge-
zweet worden, zoodat het zich eindelijk als een teer door-
loopend vlies voordoet, hetwelk zich onafgebroken over al
de opperhuidscellen met ha-
re aanhangsels (haren, enz.)
uitstrekt, zelfs door de
spleetopeningen indringen-
de. Men noemt het cuticu-
ï. Cüticüla. la (zijnde de Latijnsche
vertaling van vliesje). Ter onderscheiding daarvan noemt
men de gemelde verdtkkingslagen der opperhuidscellen zeiven:
cuticulair-lagen; na koking met eene oplossing van bij-
tende potasch worden de laatsten door jodiumoplossing en
zwavelzuur blaauw gekleurd, het eerste echter nimmer; zelfs
IOC. Opperhuidscellen van de ondervlakte van het blad eener ineekrapplant
(Rübia ünUónim); ook met 3 spleetopeningen.
107. Een gedeelte der in 105 afgebeelde opperhuid is, door dit op den nagel der
linker duim te leggen en er dan met een scherp scheermes loodregt doorheen te
snijden, overlangs doorgekliefd, zoodat men er nu geheel van boven eene fijne was-
(z. b. bl. 43) of zoogenaamde rijp-laag op ziet; daaronder ligt de cuticula; hierop
volgen eene rei eigenlijke oppethuidsccllcn cn alsdan 2 reyen parenchymcellen.