Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
80
nagenoeg de geheele massa bestaat, in eenen kring geplaat-
ste stippen of plekjes, meestal ook door eene iets gelere
kleur van het meer witte parenchym onder-
scheiden. Beschouwt men nu een uiterst dun
schijfje van zulk eene doorsnede onder het
93. VaQtbünöelkrin'ï.
j mikroskoop, dan blijkt het, dat die stippen
^ / of plekken eene vrij regelmatige gedaante
bezitten en uit een weefsel bestaan, hetwelk
geheel van het parenchym verschilt. Klieft
men zoodanig stengeltje of takje in overlang-
sche rigting, en wel zóó, dat men met het mes juist door
zulk een stip snijdt, dan wordt de oorsprong hiervan duide-
lijk. Elke stip blijkt alsdan de doorsnede te zijn van eene soort
van draden of strengen, welke van onderen naar boven het
jeugdige stengeltje of takje doortrekken. Deze strengen, welke
vooral in verderen leeftijd der plantendeelen als 't ware
het geraamte daarvan vormen, dragen den naam van „vaat-"
of „houtbundels." Zij komen, behalve in gewassen van zeer
eenvoudig en gelijkvormig maak-
sel (zwammen, wieren, korstmos-
sen en de meeste blad- en le-
vermossen t*^), in alle plan-
ten voor. Zoo worden o. a.
jdaardoor al de zoogenaamde
'aders der bladeren gevormd,
Ijwelke niets anders dan vertak-
kingen van vaatbundels zijn,
j welke door de stengels, stammen
',of takken, waarop de bladen be-
94. Vaatbundels. vestigd zijn, heenloopen.
Men spreekt daarom van „vaatbundels", omdat dit weefsel be-
staat uit vaten, welke met andere bepaalde celsoorten tot één
geheel, tot éénen bundel vereenigd zijn. (Slechts bij eenige
(*) Deze groepen z(jn, wegens de afwezigheid van vaten daarin, onder den naam
van celplanten bekend; alle overige worden vaatplanten genoemd.
93. Eenigzins vergroote dwarse doorsnede van een zeer jeugdig stengeltje. Het
witte in de figuur stelle men zich voor, ais biina geheel met parenchymcellen aan-
gevuld.
94. Sterkere vergrooting van het vierde gedeelte eener dwarse doorsnede uit het
«eer jonge takje eener roos (Äo\«a)