Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
73
zoodat dientengevolge een holle buis of koker gevormd wordt.
(Er heeft dus eenigzins iets gelijksoortigs plaats als bij opeen-
gestapelde of in eene rei aan elkander sluitende tonnetjes,
die in eenen doorloopenden koker kunnen veranderen, wan-
neer al de tusschenschotten of bodems daaruit verdwijnen.)
Langs de wanden van sommige vaten vertoonen zich hier
en daar inbuigingen, zijnde de aanduiding
der plaatsen, waar de vaatcellen, waaruit
zulke vaten ontstaan zijn, aan elkander grens-
den. De naam van „vat" doet gewoonlijk
eenen vloeibaren inhoud vermoeden; intus-
schen bevatten de hier besprokene vaten,
in geheel ontwikkelden toestand, nimmer
iets anders dan lucht. Zij kenmerken
^ zich o. a. door hunne betrekkelijk vrij
18. Rinjvat. aanmerkelijke lengte, doch onderscheiden ^
zich nog meer daardoor, dat zij altijd voorzien zijn
van teekeningen in den wand, welke wij hierboven H^Wat,
(bl. 58) als het gevolg van de eigenaardige afzetting der
verdikkingslagen beschreven hebben. De ver-
dikking van den wand geschiedt reeds in
de vaatcellen, en wanneer deze bijna vol-
tooid is, verdwijnen de aan elkander gren-
zende plekken der wanden tot vorming van
het vat, hetwelk nu, naar gelang der daarop
zigtbare teekening, den naam van spiraalvat,
ringvat, netvat, stippelvat, streepvat, trap-
vat, enz. verkrijgt. Met deze bijzondere tee-81. Streepvat.
keningen gaan dikwijls nog andere eigenaardighe-
den gepaard. Zoo vindt men b. v. bij spiraal- en
80. Stippel- ringvaten geene inbuigingen langs den wand, evenmin
vaten, inwendig eenig spoor der vroegere, door de naast el-
kander gelegene wanden gevormde tusschenschotten. Bij de
overige vindt men dikwijls nog overblijfsels hiervan. Als
hoofdvormen onder de vaten beschouwt men het spiraal- en
het stippelvat, terwijl de ring- on netvaten als wijzigingen
78. Uit het hengelriet (Arünio Dónax.)
79. Uit den wortel der woltoorts ( Verbdscum thapsi/örme).
80. Twee aan el kander grenzende gedeelten van vaten uit popnlierhout (.Pöpulm Malata).
81. Uit den wijnstok ( Vilis vini/cra).